Afgebroken onderhandelingen en gebruik voorbehouden
Einde inhoudsopgave
Afgebroken onderhandelingen en gebruik voorbehouden (R&P nr. 173) 2009/10.3.3:10.3.3 Rome II
Afgebroken onderhandelingen en gebruik voorbehouden (R&P nr. 173) 2009/10.3.3
10.3.3 Rome II
Documentgegevens:
mr. M.R. Ruygvoorn, datum 09-06-2009
- Datum
09-06-2009
- Auteur
mr. M.R. Ruygvoorn
- JCDI
JCDI:ADS303032:1
- Vakgebied(en)
Civiel recht algemeen (V)
Verbintenissenrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De conflictenregels ter zake van het recht dat van toepassing is op verbintenissen die voortvloeien uit onderhandelingen worden in de hiervoor reeds ter sprake gekomen Rome I-Verordening expliciet voorbehouden aan Rome II. Rome II heeft werking sinds 11 januari 2009 en is van toepassing op niet-contractuele verbintenissen in burgerlijke en handelszaken ingeval uit het recht van verschillende landen moet worden gekozen, derhalve in internationale gevallen. Uit de preambule volgt dat het materiële toepassingsgebied en de bepalingen van de betreffende Verordening dienen te stroken met de EEX-Vo en het EVO.1 De Verordening is van toepassing ongeacht de aard van het aangezochte gerecht2 waarbij ten aanzien van het begrip "niet-contractuele verbintenis" het volgende wordt opgemerkt:3
"(11) Het begrip 'niet-contractuele verbintenis' verschilt per staat. Derhalve dient het in deze Verordening als een autonoom begrip te worden opgevat. (...)
(15)Weliswaar is de lex loci delicti commissie in nagenoeg alle lidstaten de basisregel met betrekking tot niet-contractuele verbintenissen, maar indien de elementen van de zaak verspreid zijn over meerdere lidstaten, leidt de concrete toepassing van dit principe niettemin tot verschillende oplossingen. Dit zorgt voor rechtsonzekerheid.
(16)Eenvormigheid van de regels moet de voorspelbaarheid van rechtelijke uitspraken vergroten en een redelijk evenwicht garanderen tussen de belangen van de persoon die aansprakelijk wordt gesteld en die van de persoon die schade lijdt. De aanknoping met het land van de plaats waar de directe schade zich heeft voorgedaan (lex loci damei) zorgt voor een billijk evenwicht tussen de belangen van de persoon die de schade veroorzaakt en van de persoon die de schade lijdt, en ligt tevens in de lijn van de moderne opvatting van het aansprakelijkheidsrecht en van de ontwikkeling van stelsels van risicoaansprakelijkheid.
(17)Het toepasselijke recht moet worden bepaald volgens de plaats waar de schade zich voordoet, ongeacht in welke landen de indirecte gevolgen van die gebeurtenis zich voordoen. In geval van letselschade en vermogensschade moet bij gevolge het land waar het letsel of de materiële schade is opgelopen, gelden als het land waar de schade zich voordoet."
In navolging van het hiervoor bepaalde in de preambule bepaalt art. 4 van Rome II het volgende:
"1. Tenzij in deze Verordening anders is bepaald, is het recht dat van toepassing is op een onrechtmatige daad het recht van het land waar de schade zich voordoet, ongeacht in welk land de schadeveroorzakende gebeurtenis zich heeft voorgedaan en ongeacht in welke landen de indirecte gevolgen van die gebeurtenis zich voordoen.
2.Indien evenwel degene wiens aansprakelijkheid in het geding is en degene die schade lijdt beiden hun gewone woonplaats in hetzelfde land hebben op het tijdstip waarop de schade zich voordoet, is het recht van dat land van toepassing.
3.Indien uit het geheel der omstandigheden blijkt dat de onrechtmatige daad een kennelijk nauwere band heeft met een ander land dan het in de leden 1 en 2 bedoelde land, is het recht van dat andere land van toepassing. Een kennelijk nauwere band met een ander land zou met name kunnen berusten op een reeds eerder bestaande, nauw met de onrechtmatige daad samenhangende betrekking tussen de partijen, zoals een overeenkomst."
Art. 12 van Rome II, dat gaat vóór de (algemene) conflictregel voor onrechtmatige daad zoals neergelegd in art. 4 Rome II, bevat vervolgens een specifiek artikel dat handelt over precontractuele aansprakelijkheid.4 Het artikel luidt als volgt:
#$
"1. De niet-contractuele verbintenis die voortvloeit uit onderhandelingen voorafgaand aan het sluiten van een overeenkomst wordt, ongeacht of de overeenkomst al dan niet daadwerkelijk is gesloten, beheerst door het recht dat van toepassing is op de overeenkomst of dat op de overeenkomst van toepassing zou zijn geweest indien zij was gesloten.
2. Het toepasselijke recht is, indien het niet op grond van lid 1 kan worden bepaald:
a)Het recht van het land waar de schade zich voordoet, ongeacht in welk land de schade veroorzakende gebeurtenis zich heeft voorgedaan en ongeacht in welke landen de indirecte gevolgen van die gebeurtenis hebben voorgedaan, of
b)Het recht van het land waar de partijen beiden hun gewone verblijfplaats hebben op het tijdstip waarop de schadeveroorzakende gebeurtenis zich voordoet, of
c)Indien uit het geheel der omstandigheden blijkt dat de niet-contractuele verbintenis die voortvloeit uit de onderhandelingen voorafgaand aan het sluiten van een overeenkomst een kennelijk nauwere band heeft met een ander dan het onder a) en b) bedoelde land, is het recht van dat andere land van toepassing."
Rome II heeft een universeel karakter, zodat het door art. 12 Rome II aangewezen recht geldt, ongeacht of dit het recht is van een lidstaat of een niet-lidstaat. In het navolgende zal bij art. 12 van de Verordening, dat zich overigens beperkt tot burgerlijke en handelszaken en bijv. niet ziet op precontractuele aansprakelijkheid jegens de Staat wegens een handeling of nalaten in de uitoefening van het openbaar gezag (acte iure imperii)5, een aantal deels kritische kanttekening worden geplaatst vanuit het perspectief van dit boek en mogelijke oplossingen aandragen voor enkele van de gesignaleerde probleempunten. Omdat het hier een Europese Verordening betreft, dient men bij de interpretatie uit te gaan van een verdragsautonome uitleg, waarbij derhalve ook acht geslagen dient te worden op de opvattingen en de literatuur en de jurisprudentie in andere Europese jurisdicties. Voor een uitgebreid overzicht daarvan, voor wat betreft de aan Rome II gerelateerde problematiek van afgebroken onderhandelingen, wordt verwezen naar het recente proefschrift van Volders over afgebroken contractsonderhandelingen in het internationaal privaatrecht.6