Einde inhoudsopgave
Voor risico van de ondernemer (O&R nr. 142) 2023/6.4.2.1
6.4.2.1 Dogmatische inbedding van het kennisvereiste
mr. T.E. de Wijkerslooth-van der Linden, datum 01-06-2023
- Datum
01-06-2023
- Auteur
mr. T.E. de Wijkerslooth-van der Linden
- JCDI
JCDI:ADS713144:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Verbintenissenrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Vranken, WPNR 1990/5955, p. 213.
Dommering-van Rongen 1991, p. 223; Veldt 2020, p. 293, noot 67: “Het is een bevrijdend verweer dat naar de gebrekkigheid verwijst, maar duidelijk ervan dient te worden onderscheiden.”). Van Boom behandelt dit verweer onder het toerekenbaarheidsvereiste: Van Boom, AA 2021, p. 277. In gelijke zin: Van Dam 2020/619.
HR 17 december 2010, ECLI:NL:HR:2010:BN6236, NJ 2012/155, m.nt. T. Hartlief (Wilnis), r.o. 4.4.4-5.
HR 17 december 2010, ECLI:NL:HR:2010:BN6236, NJ 2012/155, m.nt. T. Hartlief (Wilnis), r.o. 4.4.5.
HR 17 december 2010, ECLI:NL:HR:2010:BN6236, NJ 2012/155, m.nt. T. Hartlief (Wilnis), r.o. 3.3.
Jansen 2012, p. 466. Jansen schrijft dat hetzelfde resultaat ook kan worden bereikt door het meewegen van de onbekendheid van het gevaar in het kader van de ‘tenzij-formule’.
Jansen 2012, p. 466, met verdere verwijzingen.
Ten eerste is de hoedanigheid van de laedens van belang bij het kennisvereiste. Het kennisvereiste is zowel in het kader van de onrechtmatigheid als in het kader van de toerekenbaarheid van belang. Onderhavige paragraaf behandelt het kennisvereiste in het kader van de onrechtmatigheid. Kennis is een “constituerend element van de zorgvuldigheidsnorm.”1 Eenieder kan zijn gedrag slechts afstemmen op kenbare risico’s. Kennis over de risico’s en de effectiviteit van beschikbare voorzorgsmaatregelen is dus vereist.
Het kennisvereiste speelt een rol in zowel het onrechtmatigedaadsrecht als het kwalitatieve aansprakelijkheidsrecht. In dit laatste geval heeft het kennisvereiste een ander karakter. Voor vaststelling van de kwalitatieve aansprakelijkheid hoeft immers niet komen vast te staan dat de aangesprokene een gedragsnorm heeft geschonden. In het verlengde daarvan is niet van belang wat de aangesprokene wist of behoorde te weten. Het kennisvereiste ziet dus niet op de kennis van de aangesprokene, maar op de bekendheid van het risico. Dat betekent echter niet dat de aangesproken persoon helemaal uit beeld verdwijnt. De hoedanigheid van de aangesprokene is tevens van betekenis voor de inkleuring van het bekendheidsvereiste.
De dogmatische inbedding van het bekendheidsvereiste verschilt per kwalitatieve aansprakelijkheid. Opmerkelijk is dat het bekendheidsvereiste dat is opgenomen in art. 6:173 BW los lijkt te staan van het gebrekscriterium. Hetzelfde geldt in zekere mate voor het bekendheidsvereiste in het kader van art. 6:175 BW en het ontwikkelingsrisicoverweer in het productaansprakelijkheidsrecht.2 In het kader van art. 6:174 BW is het bekendheidsvereiste opgenomen in het gebrekscriterium.3 Zo volgt uit het Wilnis-arrest dat de bekendheid van het risico een omstandigheid is die wordt meegewogen in de gebrekkigheidstoetsing.4 Dit heeft waarschijnlijk een processuele verklaring, in die zin dat het Hoogheemraadschap de onbekendheid van het risico in het kader van de gebrekkigheid heeft aangevoerd.5 Deze route is niet opzienbarend:
“De contextgebonden invulling van het gebrekkigheidscriterium, […] brengt mee dat de hier bepleite uitsluiting van risicoaansprakelijkheid voor ‘nieuwe’ veiligheidsgebreken ook kan worden gerealiseerd door te oordelen dat de betreffende zaak onder de gegeven omstandigheden niet gebrekkig was, althans niet gemeten naar de veiligheidsmaatstaven die golden ten tijde van de verwezenlijking van het gevaar.”6
De toegevoegde waarde van het bekendheidsvereiste als apart vereiste kan daarmee betwijfeld worden.7 Ik laat deze kwestie hier verder rusten.