RvdW 2026/225:Medeplegen (poging tot) diefstal door middel van braak (meermalen gepleegd), art. 311 lid 1 Sr. Strafoplegging (gevangenisstraf van 156 dagen en voorwaardelijke gevangenisstraf van 3 maanden), art. 57 lid 1 Sr. Had hof o.g.v. art. 57 lid 1 Sr 1 straf moeten opleggen? HR: Om redenen vermeld in CAG klaagt middel hierover terecht maar leidt het niet tot cassatie. CAG: Bewezenverklaarde levert meer dan 1 misdrijf op. Hof heeft daarvoor in strijd met art. 57 lid 1 Sr i.p.v. 1 vrijheidsstraf 2 vrijheidsstraffen opgelegd, namelijk gevangenisstraf van 156 dagen met aftrek van voorarrest (dat volgens hof eveneens 156 dagen is) en gevangenisstraf van 3 maanden voorwaardelijk met proeftijd van 2 jaren. Dit behoeft echter niet tot cassatie te leiden. In onderling verband en samenhang bezien blijkt uit ’s hofs overwegingen in strafmotivering en dictum onmiskenbaar dat hof heeft beoogd deels onvoorwaardelijke en deels voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen, waarvan onvoorwaardelijk deel 156 dagen beloopt (gelijk aan duur van reeds ondergaan voorarrest) en voorwaardelijk deel 90 dagen met aftrek a.b.i. in art. 27 lid 1 Sr. HR verstaat dat verdachte is veroordeeld tot gevangenisstraf van 246 dagen, waarvan 90 dagen voorwaardelijk met proeftijd van 2 jaren en met aftrek overeenkomstig art. 27 lid 1 Sr.