Het akkoord
Einde inhoudsopgave
Het akkoord (O&R nr. 60) 2011/7.5.3:7.5.3 Het verweer van UPC
Het akkoord (O&R nr. 60) 2011/7.5.3
7.5.3 Het verweer van UPC
Documentgegevens:
Mr. A.D.W. Soedira, datum 25-02-2011
- Datum
25-02-2011
- Auteur
Mr. A.D.W. Soedira
- JCDI
JCDI:ADS447315:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In de procedure neemt UPC primair het standpunt in dat zij de vordering van Movieco heeft bestreden en dat om deze reden Movieco geen aanspraak kan maken op het akkoord en daardoor evenmin ontbinding van het akkoord kan verzoeken. UPC erkent dat de betwisting van de vordering weliswaar niet op de vergadering heeft plaatsgevonden, maar dat uit de tekst van art. 266 lid 3 Fw kan worden afgeleid dat betwistingen ook buiten de vergadering kunnen plaatsvinden. Subsidiair meent UPC dat Movieco zich niet kan beroepen op het ontbreken van de betwisting van de vordering ter vergadering, nu zij immers zelf de vordering in de arbitrageprocedure aanhangig heeft gemaakt en dus heeft geweten dat UPC in het kader van de arbitrage de vordering zou betwisten. Het zou in strijd zijn met de redelijkheid en billijkheid indien Movieco zich erop zou kunnen beroepen dat UPC haar vordering ter vergadering onbetwist heeft gelaten. Daarnaast kan volgens UPC het verzoek tot ontbinding niet worden toegewezen, omdat hiervoor nodig is dat de schuldenaar in de toestand verkeert te hebben opgehouden te betalen. UPC is van mening dat die toestand zich hier niet voordoet, omdat de reden van niet-nakoming niet is gelegen in het niet kunnen, maar in het niet willen betalen aan Movieco, vanwege het feit dat partijen in de arbitrageprocedure twisten over het bestaan van de vordering. Bovendien meent UPC dat Movieco door ontbinding van het akkoord te vorderen, misbruik maakt van haar bevoegdheid. De ontbinding is alleen ingesteld met de bedoeling UPC te schaden en voorts is het verzoek tot ontbinding niet in het belang van UPC en de overige schuldeisers. Hun belangen bij handhaving van het akkoord wegen aanzienlijk zwaarder dan de belangen van Movieco bij ontbinding daarvan.