Einde inhoudsopgave
Startinformatie in het strafproces 2014/4.5.2.1
4.5.2.1 De verdenking op grond van anonieme meldingen
mr. dr. S. Brinkhoff, datum 29-09-2014
- Datum
29-09-2014
- Auteur
mr. dr. S. Brinkhoff
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Voorfase
Voetnoten
Voetnoten
Hoge Raad 18 november 1980, NJ 1981, 125 m.nt. ThWvV en Hoge Raad 1 maart 1983, NJ 1983, 550.
Hoge Raad 5 januari 2010, LJN BK3201.
Zie bijvoorbeeld Hof Arnhem 23 december 2002, LJN AF2649, Rb. Maastricht 15 juni 2010, LJN BN2869, Rb. Maastricht 2 februari 2011, LJN BP3065.
Hof Leeuwarden 16 juli 2009, LJN BJ4200.
Hof ‘s-Hertogenbosch 6 april 2012, LJN BW1356.
Hof Den Haag 25 april 2012, LJN BX0369.
Hof Den Haag 3 augustus 2012, LJN BX3869.
Zie bijvoorbeeld Rb. ‘s-Hertogenbosch 12 oktober 2007, LJN BB6502 en Hof Leeuwarden 14 oktober 2009, LJN BJ0209.
Hof ‘s-Hertogenbosch 9 maart 2009, LJN BH9845. Zie in dit verband bijvoorbeeld ook Rb. Haarlem 24 december 2010, LJN BP5656. In casu komt er bij de Info Unit Schiphol een anonieme melding binnen dat de verdachte een dezer dagen vanuit Suriname per vliegtuig drugs zal smokkelen en dat zij dit al eerder zou hebben gedaan. Verdachte wordt hierop door de digitale politiële gegevensbestanden gehaald en dan blijkt dat zij in regio Schiphol voorkomt voor import/export drugs. Ook vindt er een check van het GBA plaats. Verdachte wordt vervolgens aangehouden en zij blijkt een kleine 3 kilo cocaïne bij zich te hebben. De rechtbank verklaart vervolgens de aanhouding onder meer onrechtmatig nu de tijdsaanduiding ‘een dezer dagen’ onvoldoende concreet is. Een en ander leidt tot bewijsuitsluiting en vrijspraak. De rechtbank geeft nog wel mee dat deze anonieme informatie slechts tot extra alertheid kon leiden en bijvoorbeeld tot de toepassing van de zogenaamde ‘slikkerscriteria’ kon leiden bij de grenscontrole.
De Hoge Raad heeft reeds in twee oude arresten geoordeeld dat een strafrechtelijk onderzoek kan starten en een verdenking kan ontstaan op basis van een anonieme melding van een burger.1 In een arrest uit 2010 wordt deze lijn doorgezet.2 In casu komt een anonieme brief binnen bij de politie waarin melding wordt gemaakt van een woning die al langer leeg staat, die wel dagelijks wordt bezocht en waar onlangs in alle haast planten naar binnen zijn gebracht. De Hoge Raad overweegt allereerst dat een verdenking van overtreding van de Opiumwet kan worden aangenomen op basis van anonieme informatie en dat de vraag of dergelijke informatie toereikend is voor toepassing van art. 9 Ow voor een groot deel aan de feitenrechter is voorbehouden. Voorts overweegt de Hoge Raad dat het hof het verweer dat zag op het ontbreken van de verdenking op een juiste wijze heeft verworpen door te oordelen dat de anonieme tip, de wijze waarop inkijken in de woning onmogelijk was gemaakt en de omstandigheid dat de woning kennelijk onbewoond was een redelijk vermoeden van overtreding van de Opiumwet kon opleveren.
Veel lagere jurisprudentie gaat over anonieme meldingen van burgers inzake de aanwezigheid van hennepkwekerijen.3 Uit deze rechtspraak kan worden afgeleid dat een strafrechtelijk onderzoek mag starten op basis van een anonieme melding en dat eerst voorafgaand aan het toepassen van een dwangmiddel de eis, al dan niet impliciet, wordt gesteld dat aanvullende onderzoekgegevens de melding bevestigen. Dit laatste is, zeker in het verband van de meldingen over hennepkwekerijen, een te billijken eis nu de politie een breed scala aan onderzoekshandelingen (warmtemeting, piekbelasting, visuele inspectie) tot haar beschikking heeft om dat soort informatie bevestigd te krijgen voorafgaand aan het inzetten van een dwangmiddel. Onderzoekshandelingen die bovendien doorgaans niet of nauwelijks inbreuk maken op de privacy en dus worden gelegitimeerd door het taakstellende art. 3 Politiewet. In de zaak die ten grondslag ligt aan het arrest van het Leeuwardense hof d.d. 16 juli 2009 bestond de anonieme melding bijvoorbeeld uit de melding van de aanwezigheid van een hennepkwekerij in een schuur.4 Drie weken later ruiken verbalisanten inderdaad een sterke wietlucht bij het schuurtje en voelen ze warme lucht uit een rooster komen. Het hof overweegt dat aldus een verdenking kon ontstaan en het binnentreden wordt dan ook rechtmatig geoordeeld. In diezelfde lijn ligt het arrest van het Hof ’s-Hertogenbosch 6 april 2012.5 In casu komt bij de politie een anonieme brief binnen van een persoon die schrijft schuin tegenover een pand te wonen waar vermoedelijk een hennepkwekerij zit. De melder maakt gewag van een zoete geur en geeft aan dat de gordijnen al twee jaar lang dicht zijn. De politie verricht hierop een warmtemeting en daaruit blijkt dat op het dak een hittebron is. Ook wordt een hennepgeur geroken. Het hof overweegt dat de melding in combinatie met de genoemde aanvullende onderzoeksgegevens een redelijk vermoeden doet ontstaan en dus tot het toepassen van art. 9 Ow kan leiden.
De zojuist beschreven eis van het verrichten van nadere onderzoekshandelingen alvorens een dwangmiddel toe te passen, wordt in beperktere mate gesteld als de melding betrekking heeft op de aanwezigheid van een vuurwapen. Voldoende is dan dat getracht wordt de melding op enige manier bevestigd te krijgen door de anonieme informatie bijvoorbeeld naast de uit de digitale politiële gegevensbestanden beschikbare gegevens te leggen. Het Hof Den Haag verwerpt bijvoorbeeld in het arrest van 25 april 2012 het verweer dat een enkele anonieme melding onvoldoende is voor het toepassen van de doorzoekingsbevoegdheid van art. 49 WWM. In dit verband geeft het hof aan dat de bevoegdheid van art. 49 WWM ruim is en oordeelt het dat de melding in casu concreet was en dat deze werd ondersteund door antecedenten van de verdachte.6 Hetzelfde hof oordeelt op 3 augustus van datzelfde jaar nagenoeg gelijkluidend.7 In casu wordt anoniem gemeld dat de verdachte onder andere wapens in zijn woning heeft liggen. De politie controleert hierop het GBA en hieruit blijkt dat de verdachte op het genoemde adres woont. Tevens volgt uit de digitale politiële gegevensbestanden dat de verdachte in het verleden een vuurwapen voorhanden heeft gehad. Op basis van deze informatie verleent de r-c een machtiging tot doorzoeking van de bewuste woning. Het hof oordeelt dat de r-c hiertoe in redelijkheid toe kon overgaan en dat geen sprake is van een onrechtmatigheid. Twee uiteenlopende redenen verklaren waarom bij dit type meldingen de lat van het aanvullende onderzoek lager wordt gelegd. Ten eerste speelt het gevaarzettende karakter van het zich ongecontroleerd in het maatschappelijk verkeer bevinden van vuurwapens een belangrijke rol. Dit ongecontroleerde bezit is onwenselijk en bij een melding die daarop ziet, ligt kordaat en spoedig strafvorderlijk optreden in de rede, zelfs als de anonieme informatie onbevestigd is gebleven. Ten tweede zijn de mogelijkheden voor de politie om aanvullend onderzoek te verrichten bij dit type meldingen beperkter dan bij de anonieme tips over hennepkwekerijen en is het dus ook vanuit dat perspectief logisch dat, ook door de rechter, minder eisen worden gesteld aan het aanvullend onderzoek. Het voorgaande ontheft de politie, gelet op het risico dat de anoniem tip vals is, niet van de plicht te allen tijde zoveel mogelijk inspanningen te verrichten om een anonieme tip bevestigd te krijgen en ook melding te maken als informatie bestaat die de tip ontkracht.
In de lagere rechtspraak wordt wel nadrukkelijk de eis gesteld dat de anonieme melding concreet en gedetailleerd moet zijn.8 Een en ander kan bijvoorbeeld worden afgeleid uit een arrest van het Hof ‘s-Hertogenbosch d.d. 12 oktober 2007.9 In casu bestond de anonieme tip uit de melding dat het bij een woning een komen en gaan is van personen, dat goederen worden overgedragen en dat het vermoeden bestaat dat er dingen gebeuren die het daglicht niet kunnen verdragen. In het dossier blijft onvermeld wanneer de informatie is ontvangen en op welke periode de informatie betrekking heeft. Evenmin bevat het dossier een verslag of mutatie van de melding en van de specifieke inhoud. De politie bekijkt vervolgens in haar digitale gegevensbestanden welke personen en voertuigen bij het pand worden genoemd. Enkele personen blijken antecedenten op gebied van de Opiumwet te hebben. Het hof overweegt vervolgens dat de anonieme tip en het aanvullend onderzoek onvoldoende gedetailleerd en concreet zijn om een redelijk vermoeden in de zin van art. 9 Opiumwet (OW) te kunnen laten ontstaan. Het binnentreden is dientengevolge onrechtmatig. Het nadien verkregen bewijs wordt uitgesloten en een vrijspraak is het gevolg. De beslissing van het hof is een juiste nu een aantal cruciale aspecten rondom de melding, zoals een mutatie van de melding en de periode waarop de informatie betrekking heeft, (achteraf) onvoldoende inzichtelijk worden gemaakt door de politie.
Concluderend kan uit de jurisprudentie worden afgeleid dat een strafrechtelijk onderzoek kan starten en dwangmiddelen kunnen worden toegepast op basis van een anonieme melding van een burger, mits de tip concreet en gedetailleerd is. Doorgaans wordt, al dan niet impliciet, de eis gesteld dat aanvullende onderzoekgegevens de anonieme informatie moeten bevestigen alvorens een dwangmiddel mag worden ingezet. Op dit punt is echter wel ruimte voor verschil. Ziet de melding bijvoorbeeld op de mogelijke aanwezigheid van een hennepkwekerij dan is (impliciet) de lijn dat de politie eerst een aantal, door het algemeen taakstellende art. 3 Politiewet gelegitimeerde, onderzoekshandelingen moet verrichten voordat het toepassen van een dwangmiddel gerechtvaardigd is. Bij andere typen anonieme meldingen, bijvoorbeeld over de aanwezigheid van een vuurwapen, wordt de eis van aanvullend politieel betrouwbaarheidsonderzoek in mindere mate gesteld. Het gevaarzettende karakter van het zich ongecontroleerd in het maatschappelijk verkeer bevinden van vuurwapens en het gegeven dat de mogelijkheden voor de politie om aanvullend onderzoek te verrichten in een dergelijk geval beperkter zijn, verklaren deze verschillen.