Grenzen van het strafrecht in de voorfase
Einde inhoudsopgave
Grenzen van het strafrecht in de voorfase (SteR nr. 60) 2023/3.4.3.3:3.4.3.3 Ernstige strafbare feiten
Grenzen van het strafrecht in de voorfase (SteR nr. 60) 2023/3.4.3.3
3.4.3.3 Ernstige strafbare feiten
Documentgegevens:
mr. E.A.J. Nab, datum 12-01-2023
- Datum
12-01-2023
- Auteur
mr. E.A.J. Nab
- JCDI
JCDI:ADS715460:1
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
De Waard 1976, p. 301-302.
Kamerstukken II 1896/97, 195, nr. 3, p. 38. Zie ook: Rutgers 1992, p. 122-123 en 125.
Pestman & Buruma 2016, par. 2.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De ernst van het misdrijf speelt binnen de functionalistische beantwoording van de vraag welke gedragingen in de voorfase strafbaar zouden moeten worden gesteld een ingewikkelde rol. Enerzijds zijn bepaalde gevolgen dermate schadelijk dat sommige auteurs menen dat het per saldo voordeliger kan zijn om in de voorfase in te grijpen en zo inbreuk te maken op de vrijheden en autonomie van burger, dan om af te wachten tot het schadelijke gevolg daadwerkelijk intreedt. Daarom meent De Waard dat de samenspanning en bevordering van de meest ernstige en gemeengevaarlijke misdrijven ook strafbaar zou moeten zijn.1 Daar staat echter tegenover dat de ernst van het feit ook juist een reden kan zijn om strafbaarheid niet al te snel te laten intreden om, bijvoorbeeld via terugtred, te zorgen dat de dader altijd een reden heeft om op te houden.2 Wat dat betreft is de (al dan niet zelfstandige) strafbaarstelling van diverse stadia van de voorfase ook problematisch, omdat bij een eventuele terugtred uit een latere fase de strafbaarheid in een eerdere fase overeind kan blijven, wat – in ieder geval in theorie – een belemmering kan opwerpen om terug te treden.3