De overeenkomst van Internet Service Providers met consumenten
Einde inhoudsopgave
De overeenkomst van Internet Service Providers met consumenten (R&P nr. 149) 2007/4.4.2.1:4.4.2.1 Termijn voor reactie op aanbod of verklaring: art. 6:237 sub a BW
De overeenkomst van Internet Service Providers met consumenten (R&P nr. 149) 2007/4.4.2.1
4.4.2.1 Termijn voor reactie op aanbod of verklaring: art. 6:237 sub a BW
Documentgegevens:
mr. L.A.R. Siemerink, datum 13-03-2007
- Datum
13-03-2007
- Auteur
mr. L.A.R. Siemerink
- JCDI
JCDI:ADS390409:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie Wessels & Jongeneel 1997, p. 173-174.
Zie hoofdstuk 3 paragraaf 3.3 'Aanbod en aanvaarding'.
Zie bijlage paragraaf 5.1 'Algemene bedingen', onderdeel B. Kopje 'algemeen', onder 'Totstandkoming overeenkomst'.
Zie bijlage paragraaf 52 'Specifieke bedingen', onderdeel M. Klachtenregeling en helpdesk.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Op grond van art. 6:237 sub a BW wordt in overeenkomsten met een consument vermoed onredelijk bezwarend te zijn een beding in algemene voorwaarden dat de ISP een, gelet op de omstandigheden van het geval, ongebruikelijk lange of onvoldoende bepaalde termijn geeft om op een aanbod of een andere verklaring van de wederpartij te reageren. Een mondeling aanbod vervalt wanneer het niet onmiddellijk wordt aanvaard, een schriftelijk aanbod wanneer het niet binnen een redelijke termijn wordt aanvaard (art. 6:221 lid 1 BW). Op grond van art. 6:217 lid 2 BW kunnen partijen echter van deze regels afwijken. Het mag niet zo zijn dat een klant door zijn ISP aan de lijn wordt gehouden. Een andere verklaring als in art. 6:237 sub a BW bedoeld kan bijvoorbeeld het ongebruikelijk lang wachten op antwoord op een aangemelde klacht betreffen. De bewijslast dat de bedongen termijn ongebruikelijk lang of onvoldoende bepaald is, rust in beginsel op de wederpartij stellen Wessels en Jongeneel.1 Dit is correct; volgens de wet is het zo dat de gebruiker van een mogelijk grijs beding moet aantonen dat een beding, en daarmee de in het beding neergelegde termijn, niet onredelijk bezwarend is indien de wederpartij vermoedt dat dit het geval is.
Op aanbod en aanvaarding van een 5P-overeenkomst is in hoofdstuk 3 uitvoerig ingegaan.2 Sommige ISP's hanteren een termijn voor herroeping van een week.3 Op grond van art. 6:219 lid 2 BW kan een herroeping nog onverwijld na de aanvaarding geschieden, indien het aanbod de mededeling bevat dat het vrijblijvend wordt gedaan. De vraag is of er bij een termijn van een week nog sprake is van onverwijld. Onverwijld betekent immers dadelijk, meteen, zonder uitstel. Mijns inziens is bij een termijn van een week geen sprake meer van onverwijld; het beding wordt daarom vermoed onredelijk bezwarend te zijn op grond van art. 6:237 sub a BW.
Termijnen om op een verklaring van de klant te reageren ben ik in de klachtenregeling in de algemene voorwaarden van de onderzochte isP's tegengekomen.4 XS4ALL (art. 8 lid 2) hanteert een termijn van drie dagen om op een Macht van een klant te reageren. Een termijn van drie dagen is een bepaalde termijn, het is echter onduidelijk of het hier werkdagen betreft of ook weekenddagen. Aangezien een weekend bestaat uit twee dagen en de ISP een termijn hanteert van drie dagen zou ik het redelijk vinden dat weekenddagen onder de termijn worden begrepen. De door XS4ALL gehanteerde termijn acht ik daarom voldoende bepaald. De termijn is mijns inziens niet onredelijk lang en aangezien andere isP's dezelfde termijn hanteren ook niet ongebruikelijk lang.