De civielrechtelijke zorgplicht van de beleggingsdienstverlener jegens de niet-particuliere cliënt
Einde inhoudsopgave
De civielrechtelijke zorgplicht van de beleggingsdienstverlener (O&R nr. 101) 2017/2.4.3.1:2.4.3.1 Wijzigingen MiFID II van de waarschuwingsplicht
De civielrechtelijke zorgplicht van de beleggingsdienstverlener (O&R nr. 101) 2017/2.4.3.1
2.4.3.1 Wijzigingen MiFID II van de waarschuwingsplicht
Documentgegevens:
I.P.M.J. Janssen, datum 01-03-2017
- Datum
01-03-2017
- Auteur
I.P.M.J. Janssen
- JCDI
JCDI:ADS367902:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Artikel 56 lid 2 uitvoeringsrichtlijn MiFID II.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In vergelijking met de onderzoeksplicht en de informatieplicht wijzigt MiFID II weinig aan de waarschuwingsplicht ten opzichte van MiFID. Zij blijft beperkt tot execution only-dienstverlening, niet-professionele cliënten en ook de invulling blijft gelijk. De waarschuwingsplicht wordt slechts uitgebreid met een documentatieverplichting. In tegenstelling tot bij de onderzoeksplicht gaat het hier om documentatie voor intern gebruik. De beleggingsdienstverlener moet niet alleen de uitkomst van de passendheidstoets vastleggen maar indien daarop een waarschuwing volgt, moet hij die ook vastleggen. Die waarschuwing kan zowel toezien op de situatie dat een product niet passend is als de situatie waarin de beleggingsdienstverlener over onvoldoende informatie beschikt om de passendheidstoets uit te voeren. Daarnaast moet de beleggingsdienstverlener vastleggen of de niet-professionele cliënt deze waarschuwing naast zich neer heeft gelegd en of de beleggingsdienstverlener de order vervolgens heeft geaccepteerd.1 Dit laatste is opvallend. Op de beleggingsdienstverlener rust namelijk geen verplichting om een order te weigeren omdat een product niet passend is. Waarom de beleggingsdienstverlener dit dan toch moet vastleggen, is onduidelijk. Mijns inziens heeft de beleggingsdienstverlener zich gekweten van zijn verplichting op het moment dat hij een waarschuwing afgeeft dat het product niet passend is. De documentatieplicht heeft wel tot voordeel dat de beleggingsdienstverlener eenvoudiger kan bewijzen dat hij de passendheidstoets heeft uitgevoerd.