Financiële controle in het gemeenterecht
Einde inhoudsopgave
Financiële controle in het gemeenterecht (Dissertatieserie Vakgroep Staatsrecht Groningen) 2011/3.7.0:3.7.0 Introductie
Financiële controle in het gemeenterecht (Dissertatieserie Vakgroep Staatsrecht Groningen) 2011/3.7.0
3.7.0 Introductie
Documentgegevens:
dr. W. van der Woude, datum 21-09-2011
- Datum
21-09-2011
- Auteur
dr. W. van der Woude
- Vakgebied(en)
Overheidsfinanciën (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie hierover vooral hoofdstuk 5.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De functie van de jaarstukken is vooral gelegen in verantwoording, controle en décharge. Met het voorleggen van de jaarstukken en het geven van zowel mondelinge als schriftelijke toelichtingen daarbij legt het college van burgemeester en wethouders verantwoording af over het gevoerde fmanciële beleid. De financiële gegevens bieden de gemeenteraad vervolgens houvast om dit beleid te controleren. Wanneer deze controle geen onregelmatigheden aan het licht brengt, kan de raad op grond van art. 199 Gemeentewet overgaan tot décharge of ontlasting van de leden van het college ten aanzien van het gevoerde financiële beleid. De vastgestelde gemeentelijke jaarrekening moet op grond van art. 200 Gemeentewet vóór 15 juli van het jaar volgend op het begrotingsjaar aan gedeputeerde staten worden toegezonden.1
Omdat de jaarstukken onder meer bedoeld zijn om te controleren of de geautoriseerde bedragen niet zijn overschreden en de fmanciële middelen zijn aangewend voor de juiste activiteiten, ligt het voor de hand dat de opzet van de jaarstukken grote overeenkomsten vertoont met die van de begroting. De regering heeft dan ook in art. 4 lid 1BBV bepaald dat de indeling van de begroting en de jaarstukken identiek is. Art. 24BBV, dat handelt over de inrichting van de jaarrekening, luidt:
Art. 24 BBV
1. De jaarstukken bestaan ten minste uit:
a. het jaarverslag;
b. de jaarrekening.
2. Het jaarverslag bestaat ten minste uit:
a. de programmaverantwoording;
b. de paragrafen.
3. De jaarrekening bestaat ten minste uit:
a. de programmarekening en de toelichting;
b. de balans en de toelichting;
c. de bijlage met de verantwoordingsinformatie over specifieke uitkeringen.
Net als art. 7BBV bevat dit artikel in elk van de leden de zinsnede 'ten minste' Het is met het oog op art. 4 lid 1BBV plausibel te veronderstellen dat het gebruik van deze zinsneden inhoudt dat de jaarstukken, ingeval de begroting uit meer onderdelen bestaat dan de in art. 7 genoemde, verantwoordingen bevatten met betrekking tot deze additionele onderdelen. In het onderstaande zullen de vijf documenten uit de leden 2 en 3 worden behandeld.