Einde inhoudsopgave
Het rechterlijk bevel en verbod als remedie (BPP nr. XXIII) 2023/12.2
12.2 Het belang van het rechterlijk bevel en verbod bij collectieve acties
mr. drs. J.J. van der Helm, datum 01-01-2023
- Datum
01-01-2023
- Auteur
mr. drs. J.J. van der Helm
- JCDI
JCDI:ADS692172:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Kamerstukken II 1991/92, 22486, 3, p. 23. In de memorie van toelichting wordt het rechterlijk bevel en verbod op meerdere plaatsen genoemd. De eis dat het moet gaan om gelijksoortige belangen brengt tot uitdrukking dat het moet gaan om belangen die zich voor bundeling lenen. Zie Asser/Rensen 2-III 2017/196. Het begrip ‘bundeling van belangen’ werd door de Hoge Raad gebruikt in het arrest van 27 juni 1986, ECLI:NL:HR:1986:AD3741, NJ 1987/743, m.nt. W.H. Heemskerk (Nieuwe Meer).
HR 2 september 1994, ECLI:NL:HR:1994:ZC1433, NJ 1995/369.
Kamerstukken, 34608. Het wetsvoorstel is gepubliceerd in het Staatsblad als wet van 20 maart 2019, Stb. 2019, 130. De wet is met ingang van 1 januari 2020 van kracht geworden (Stb. 2019, 447).
Hierover nader: Kortmann 2018.
Ik laat hier buiten beschouwing de mogelijkheid dat er bestuursrechtelijke opties zijn om tegen die uitstoot op te komen.
Hierover: Zippro 2009, p. 492.
763. Op grond van art. 3:305a BW, in werking getreden op 1 juli 1994 en met ingang van 1 januari 2020 ingrijpend veranderd, kan een stichting of een vereniging met volledige rechtsbevoegdheid een rechtsvordering instellen die strekt tot bescherming van gelijksoortige belangen van andere personen, voor zover zij die belangen althans ingevolge haar statuten behartigt en die belangen voldoende zijn gewaarborgd. Vrijwel alle vorderingen zijn op grond van dit artikel mogelijk, dus ook die tot een rechterlijk bevel en verbod, mits de vordering strekt tot bescherming van gelijksoortige belangen die zich aldus voor bundeling lenen.1Art. 3:305a BW maakt ook geen onderscheid tussen rechtsvorderingen die berusten op een overeenkomst en rechtsvorderingen die berusten op een onrechtmatige daad.2 Ook in zoverre is er alle ruimte voor een vordering strekkende tot een rechterlijk bevel of verbod en zijn belangenorganisaties in staat om op te treden in zaken waar bijvoorbeeld het individuele belang klein is, maar het totale belang aanzienlijk kan zijn.
764. Een vordering op grond van art. 3:305a BW kon tot voor kort niet strekken tot schadevergoeding te voldoen in geld. De wet Afwikkeling massaschade in collectieve actie (WAMCA) heeft geleid tot een ingrijpende wijziging van art. 3:305a BW.3 De wet voorziet in één regime voor collectieve acties, maakt (behalve bij vorderingen met een ideëel belang, lid 6) een vordering strekkende tot schadevergoeding mogelijk en stelt aan de rechtspersoon nadere eisen op het gebied van representativiteit, governance en financiering.4 Die eisen zijn geformuleerd als ontvankelijkheidseisen, waarop in het nieuwe zesde lid van art. 3:305a BW een uitzondering wordt geformuleerd voor gevallen waarin de rechtsvordering wordt ingesteld met een ideëel doel en een zeer beperkt financieel belang of wanneer de aard van de vordering van de rechtspersoon of van de personen tot bescherming van wier belangen de rechtsvordering strekt, daartoe aanleiding geeft. Wanneer toepassing wordt gegeven aan deze uitzondering, kan de vordering evenwel niet strekken tot schadevergoeding in geld.
765. Op grond van het nieuwe zesde lid kan, zoals ik zojuist al aanstipte, ook de aard van de vordering van de rechtspersoon of van de personen tot bescherming van wier belangen de rechtsvordering strekt, aanleiding geven af te wijken van de nieuwe ontvankelijkheidseisen in lid 2 (meer specifiek: sub a-e). Deze uitzondering is van belang omdat het dan veelal gaat om vorderingen die strekken tot bescherming van een algemeen (ideëel) belang. Als voorbeeld in de parlementaire toelichting is het Clara Wichmann proefprocessenfonds met name genoemd. Volgens de minister zet dit fonds zich in voor de verbetering van de positie van vrouwen, een ideëel doel, en kan dit rechtvaardigen dat de rechter besluit dat niet aan de nieuwe strenge ontvankelijkheidseisen behoeft te worden voldaan.5
766. Ook niet-ideële belangen kunnen vanzelfsprekend in een collectieve actie door een bevel of een verbod worden gediend. Een vordering tot nakoming van een verbintenis uit overeenkomst is één van de mogelijkheden die art. 3:305a BW kent en die zal worden geformuleerd als een bevel tot nakoming. In de parlementaire toelichting is in dit verband als voorbeeld genoemd de vordering die ertoe strekt dat een fabrikant een constructiefout bij een in serie vervaardigd product herstelt.6 Ook kan worden gedacht aan een vordering van omwonenden die zich richten tegen de onrechtmatige uitstoot van een naastgelegen fabriek. Die vordering kan een ideële aard hebben (luchtkwaliteit), maar wanneer aan die vordering mede een waardedaling van de huizen ten grondslag wordt gelegd is er ook een evident materieel belang. Ook dat belang mag in een collectieve actie worden gediend door een belangenorganisatie.7 Ook is denkbaar dat een belangenorganisatie een vordering instelt die ertoe strekt een einde te maken aan een inbreuk op het mededingingsrecht.8 Ook een dergelijke vordering zal kunnen leiden tot een verbod of bevel.