Naar een Nederlandse political question-doctrine?
Einde inhoudsopgave
Naar een Nederlandse political question-doctrine? (SteR nr. 50) 2020/4.3.1:4.3.1 Inleiding
Naar een Nederlandse political question-doctrine? (SteR nr. 50) 2020/4.3.1
4.3.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. drs. R. van der Hulle, datum 01-08-2020
- Datum
01-08-2020
- Auteur
mr. drs. R. van der Hulle
- JCDI
JCDI:ADS233755:1
- Vakgebied(en)
Staatsrecht / Rechtspraak
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In dit hoofdstuk is bezien op welke wijze lagere Amerikaanse rechters de political question-doctrine toepassen. Duidelijk is dat deze rechters een ruime toepassing van de doctrine voorstaan. Zij passen de doctrine vooral toe in geschillen over beslissingen van de andere staatsmachten op het gebied van het buitenlands beleid. Dergelijke geschillen zijn volgens de lagere rechter ‘the quintessential sources of political questions’.1 Dit is temeer opvallend omdat het Hooggerechtshof, zoals in het vorige hoofdstuk is gebleken, zich juist op dit terrein sinds Baker v. Carr terughoudend toont om de doctrine toe te passen.2 Ook in klimaatzaken is de lagere rechter aanvankelijk op de doctrine teruggevallen.
Meer in het bijzonder ligt toepassing van de political question-doctrine volgens lagere rechters in de rede bij de beoordeling van de wijze waarop de andere staatsmachten van een discretionaire bevoegdheid ter invulling van het buitenlands beleid gebruik hebben gemaakt. Voorbeelden daarvan zijn beslissingen tot het steunen van een staatsgreep in een ander land, het oprichten van een militaire basis, militair ingrijpen en het verlenen van financiële steun aan andere landen. Dergelijke beslissingen hebben bij uitstek een politiek karakter. Volgens de lagere rechter zijn bij de beoordeling van de ‘wijsheid’ van dergelijke beslissingen diverse Baker-factoren van toepassing. Daarbij maakt hij nadrukkelijk een koppeling met de uitvoeringshandelingen van het Amerikaanse leger of de CIA: wanneer een inhoudelijke beoordeling van de achterliggende, politieke beslissingen als een political question moet worden aangemerkt, heeft hetzelfde te gelden voor de wijze waarop het leger of de CIA daaraan uitvoering hebben gegeven.
Deze benadering gaat ver. In een van de besproken zaken zag de lagere rechter ondanks het betoog van eisers dat de uitvoeringshandelingen van het leger of de CIA ook martelingen omvatten geen reden om alsnog tot een inhoudelijke beoordeling over te gaan. Dit is kenmerkend voor de ruime toepassing van de doctrine in de lagere rechtspraak.