Het nationale budgetrecht en Europese integratie
Einde inhoudsopgave
Het nationale budgetrecht en Europese integratie (SteR nr. 36) 2018/3.2.2:3.2.2 Verwerpen
Het nationale budgetrecht en Europese integratie (SteR nr. 36) 2018/3.2.2
3.2.2 Verwerpen
Documentgegevens:
mr. S.P. Poppelaars, datum 01-01-2018
- Datum
01-01-2018
- Auteur
mr. S.P. Poppelaars
- JCDI
JCDI:ADS451667:1
- Vakgebied(en)
EU-recht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Warmelink 1993, p. 86.
Warmelink 1993, p. 86.
HR 5 oktober 1849, Weekblad van het Regt 1849, 1058 (De Bourbon Naundorff); Warmelink 1993, p. 58.
Warmelink 1993, p. 86.
Warmelink 1993, p. 89-91.
Broeksteeg 2009, p. 342.
Denk bijvoorbeeld ook aan de val van het kabinet-Cals, het kabinet-Van Agt II en het kabinet-Lubbers II.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Gelet op het voorgaande is het niet verrassend dat het verwerpen van een begroting nauwelijks voorkomt. De laatste keer dat de Tweede Kamer een begroting verwierp, was in 1919. Het betrof de begroting van het inmiddels opgeheven ministerie van Marine.1 Volgens het merendeel van de Tweede Kamer waren de uitgaven die voor de marine waren beraamd veel te hoog, waarna het begrotingsvoorstel werd verworpen.
De consequenties van verwerping zijn duidelijk. Indien een begroting wordt afgewezen, dan is de betrokken minister niet gemachtigd tot het doen van uitgaven.2 Wel zullen verplichtingen jegens derden moeten worden nagekomen, nu begrotingen geen externe werking hebben.3 Een nieuw wetsvoorstel zal vervolgens moeten worden ingediend.4 Verder zal de verwerping van een begroting politieke gevolgen met zich brengen.5 In een dergelijk geval zal de betrokken bewindspersoon zichzelf immers de vraag stellen of hij nog voldoende vertrouwen heeft van het parlement. Hoewel het afkeuren van een begrotingsvoorstel of een artikel niet per definitie gelijk staat aan het opzeggen van het vertrouwen, bestrijkt een begroting het gehele beleidsterrein van de bewindspersoon. Het verwerpen van een begroting heeft daarom vrijwel altijd geleid tot het aftreden van de verantwoordelijke minister.6
Hoewel het verwerpen van een begroting dus lange tijd niet is voorgekomen, zijn er wel regelmatig kabinetscrises ontstaan over financiële aangelegenheden. De mislukte Catshuisonderhandelingen tijdens het kabinet-Rutte I over de begroting voor 2013 zijn daarvan het meest recente voorbeeld.7 Al voordat het eventueel kan komen tot een afwijzing van de begroting, besluiten coalitiefracties in dat geval de financiële afspraken niet voor hun rekening te kunnen nemen. Hoewel er dan geen begroting wordt verworpen, speelt het budgetrecht in zijn ruime betekenis, waarbij het wordt gezien als een continu proces van overleg over de overheidsfinanciën, in dat geval een belangrijke rol.