Einde inhoudsopgave
Antichresis en pandgebruik (O&R nr. 125) 2021/6.2.2
6.2.2 Goederenrechtelijke bescherming
mr. R. Bobbink, datum 01-02-2021
- Datum
01-02-2021
- Auteur
mr. R. Bobbink
- JCDI
JCDI:ADS264382:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Genotsrechten
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Voetnoten
Voetnoten
Bülow 2017, nr. 512; Brünink 2018a, nr. 10.102; Palandt/Wicke 2019, nr. 1227.1-1227.2; Staudinger/W. Wiegand 2019, nr. 1227.1-1227.20; Damrau 2020, nr. 1227.1-1227.3.
§1227 BGB, in verbinding met §985, §1004 BGB en §989 BGB; Bülow 2017, nr. 512; Brünink 2018a, nr. 10.102; Palandt/Wicke 2019, nr. 1227.1-1227.2; Staudinger/W. Wiegand 2019, nr. 1227.1-1227.20; Damrau 2020, nr. 1227.1-1227.3.
§858 en §1007 BGB; Bülow 2017, nr. 512; Brünink 2018a, nr. 10.102; Palandt/Wicke 2019, nr. 1227.1-1227.2; Staudinger/W. Wiegand 2019, nr. 1227.1-1227.20; Damrau 2020, nr. 1227.1-1227.3.
§985 BGB; Brünink 2018a, nr. 10.102; Staudinger/W. Wiegand 2019, nr. 1227.11.
§987 juncto §990 juncto §993 BGB; Brünink 2018a, nr. 10.102; Staudinger/W. Wiegand 2019, nr. 1227.13; Damrau 2020, nr. 1227.1-1227.6. Deze regel is onderdeel van de bescherming van de bezitter.
De pandhouder kan zijn pandrecht, en daarmee zijn recht van pandgebruik, handhaven op grond van de bescherming van bezit en de goederenrechtelijke bescherming van het pandrecht.1 Hij wordt goederenrechtelijk beschermd alsof hij eigenaar is. De pandhouder kan dus gebruik maken van afgeleide eigendomsacties om het onderpand van derden op te eisen, een stoornis van zijn pandrecht op te heffen of van derden vergoeding te vorderen van onrechtmatig toegebrachte schade.2 Omdat de pandhouder naar Duits recht bezitter is, komt hem ook een bezitsactie toe. Hij kan optreden tegen inbreuken op het ongestoorde bezit en bij bezitsverlies kan hij het onderpand opeisen van een nieuwe bezitter niet te goeder trouw.3 Ten slotte heeft de pandgebruiker een actie om vruchten van het pandobject onder derden op te eisen. De pandgebruiker wordt eigenaar van de afgescheiden vruchten (§6.2.3). Dit betekent dat de pandgebruiker vruchten die zich onder een derde-bezitter bevinden kan revindiceren, tenzij deze bezitter te goeder trouw is.4 Als revindicatie niet meer mogelijk is omdat de vruchten teniet zijn gegaan, heeft de pandgebruiker aanspraak op schadevergoeding van de bezitter niet te goeder trouw.5