De prioriteitsregel in het vermogensrecht
Einde inhoudsopgave
De prioriteitsregel in het vermogensrecht (AN nr. 167) 2018/9.2.1:9.2.1 Gelijkheid van schuldeisers
De prioriteitsregel in het vermogensrecht (AN nr. 167) 2018/9.2.1
9.2.1 Gelijkheid van schuldeisers
Documentgegevens:
mr. L.M. de Hoog, datum 01-09-2018
- Datum
01-09-2018
- Auteur
mr. L.M. de Hoog
- JCDI
JCDI:ADS391809:1
- Vakgebied(en)
Vermogensrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Als uitzonderingen hierop erkent de wet enkele redenen van voorrang. Het betreft een gesloten stelsel van voorrangsrechten. Dat betekent dat alleen de in art. 3:278 lid 1 BW genoemde redenen zijn toegelaten als uitzonderingen op de paritas creditorum.
Zie PG Boek 3 BW, TM, p. 856.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In tegenstelling tot een absoluut recht op een goed dat door eenieder moet worden geëerbiedigd, werkt een obligatoir recht slechts tegen een of meer bepaalde personen. Schuldeisers kunnen hun recht uitsluitend tegen hun schuldenaar doen gelden. Verschillende schuldeisers van een schuldenaar staan onderling in beginsel in geen enkele rechtsbetrekking. Ieder kan zijn vordering op alle goederen van zijn schuldenaar verhalen. Bovendien is ieder in principe vrij in de keuze van de goederen waarop hij verhaal zoekt, zonder dat hij zich daarbij hoeft te laten leiden door de belangen van de andere schuldeisers. Pas indien de schuldenaar in staat van faillissement verkeert en de omvang van de vorderingen de waarde van de goederen overstijgt, komt de vraag op naar de onderlinge verhouding tussen de schuldeisers. Ten aanzien van hun verhaalsrecht bepaalt de wet in art. 3:277 lid 1 BW dat schuldeisers in beginsel onderling een gelijk recht hebben om uit de netto-opbrengst van de goederen van hun schuldenaar te worden voldaan naar evenredigheid van ieders vordering.1 Waar met betrekking tot goederenrechtelijk rechten de ouderdom van het recht nu juist de graadmeter is voor de onderlinge verhouding tot andere goederenrechtelijke rechten, verkrijgen schuldeisers in het verbintenissenrecht gelijke rang, zonder te letten op de datum van de vordering of de datum waarop beslag is gelegd.2