Ambtshalve toepassing van EU-recht
Einde inhoudsopgave
Ambtshalve toepassing van EU-recht (BPP nr. XIV) 2012/2.2.1:2.2.1 Positionering van artikel 23 Rv
Ambtshalve toepassing van EU-recht (BPP nr. XIV) 2012/2.2.1
2.2.1 Positionering van artikel 23 Rv
Documentgegevens:
Mr. A.G.F. Ancery, datum 01-08-2012
- Datum
01-08-2012
- Auteur
Mr. A.G.F. Ancery
- JCDI
JCDI:ADS304563:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Snijders, Klaassen & Meijer 2011, p. 53 (nr. 45a); Crommelin 2007. Ter illustratie: HR 18 februari 2011, LJN BO7517 (Nova Scotia/Hofman q.q.), r.o. 3.3.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
24
Artikel 23 Rv beperkt de rechter ook in de door hem te nemen beslissing. Hij mag namelijk niet meer of anders toewijzen dan gevorderd. Deze beperking wordt niet onder de rechtsstrijd geschaard, maar kan er ook niet geheel los van worden gezien. Immers, met de stellingen van partijen wordt de vordering ingekleurd. Toch wordt de vordering niet onder het begrip ‘rechtsstrijd’ gevat, omdat er dan onduidelijkheden zouden kunnen ontstaan. De civiele rechter kan onder omstandigheden ook andere feiten in acht nemen dan de feiten die partijen expliciet aan hun vordering en verweer ten grondslag hebben gelegd. In die gevallen treedt de rechter buiten de grenzen van de rechtsstrijd. Wanneer onder ‘rechtsstrijd’ tevens de binding aan de vordering wordt begrepen, zou abusievelijk de indruk kunnen ontstaan dat de rechter in die gevallen niet aan de vordering is gebonden, quod non. De rechtsstrijd wordt dan ook afgebakend door de stellingen van partijen.1