De autonomie van de leraar
Einde inhoudsopgave
De autonomie van de leraar (SteR nr. 64) 2024/4.8.5.4:4.8.5.4 Hoger onderwijs
De autonomie van de leraar (SteR nr. 64) 2024/4.8.5.4
4.8.5.4 Hoger onderwijs
Documentgegevens:
J.S. Buiting, datum 07-02-2024
- Datum
07-02-2024
- Auteur
J.S. Buiting
- JCDI
JCDI:ADS949386:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Artikel 7.11, tweede lid, van de Whw.
Kamerstukken II 2008/09, 31 821, nr. 3, p. 57 en Louw 2011, p. 218.
Artikel 7.10, tweede lid, van de Whw.
Rechtbank Den Haag 4 november 2013, ECLI:NL:RBDHA:2013:14531.
Rechtbank Overijssel 27 maart 2014, ECLI:NL:RBOVE:2014:1573.
Rechtbank Den Haag 4 november 2013, ECLI:NL:RBDHA:2013:14531 en Rechtbank Overijssel 27 maart 2014, ECLI:NL:RBOVE:2014:1573.
Artikel 7.10a van de Whw.
Zie ook Zoontjens en van Berkel 2020, p. 55.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Net als in het middelbaar beroepsonderwijs wordt in het hoger onderwijs het getuigschrift uitgereikt door de examencommissie.1 De examencommissie in het hoger onderwijs kan echter niet zelfstandig overgaan tot het uitreiken van het getuigschrift. Het bevoegd gezag dient eerst te verklaren dat aan de procedurele eisen voor de afgifte is voldaan. Volgens de wetgever ziet deze plicht er met name op dat het instellingsbestuur controleert of de student het collegegeld heeft betaald.2
Anders dan in het voortgezet en middelbaar beroepsonderwijs wordt in het hoger onderwijs niet bepaald of de student is geslaagd door het eindcijfer van de verschillende examens te bepalen. Het examen in het hoger onderwijs wordt gevormd door alle tentamens van de opleiding gezamenlijk. De student heeft het afsluitend examen behaald als alle tentamens met goed gevolg zijn afgelegd.3 Als de student alle tentamens heeft afgerond moet de examencommissie dan ook het getuigschrift uitreiken, dit is een gebonden bevoegdheid.
In een zaak uit 2013 weigerde hogeschool Inholland een getuigschrift uit te reiken nadat door de NVAO en de Inspectie zware tekortkomingen bij de opleiding waren geconstateerd.4 De studente had evenwel alle benodigde studiepunten behaald. Een jaar later speelde bij de hogeschool Windesheim een soortgelijke zaak.5 Ook in die zaak had de betreffende student al haar tentamens met succes afgelegd, maar weigerde de examencommissie het getuigschrift uit te reiken. In dat geval was de opleiding bang haar accreditatie te verliezen en wilde zij achteraf scherper gaan controleren op het niveau van de tentamens. In beide zaken oordeelde de rechter in kort geding dat de examencommissie niet bevoegd was de uitslag van een tentamen te herzien.6 De bevoegdheid om het examen af te nemen en de uitslag daarvan vast te stellen is voorbehouden aan de examinator. Aangezien de betrokken studenten reeds aan de eisen voor afgifte van het getuigschrift hadden voldaan, diende de examencommissie het getuigschrift uit te reiken.
Naast het getuigschrift ontvangt de student in het hoger onderwijs die het afsluitend examen met goed gevolg heeft afgelegd een graad, zoals de graad Bachelor of de graad Master.7 De graad wordt verleend door het instellingsbestuur. Zoals uitgebreider beschreven in § 6.5.6.1. is het verlenen van een graad een gebonden bevoegdheid. Het bevoegd gezag kan dan ook niet weigeren de graad te verlenen als de student het afsluitend examen heeft afgerond.8