Einde inhoudsopgave
De uitvoering van Europese subsidieregelingen in Nederland (R&P nr. SB6) 2012/4.2.10.6
4.2.10.6 De mogelijkheid tot EU-conforme interpretatie
Mr. J.E. van den Brink, datum 13-12-2012
- Datum
13-12-2012
- Auteur
Mr. J.E. van den Brink
- JCDI
JCDI:ADS399626:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Voetnoten
Voetnoten
HvJEG 13 maart 2008, gevoegde zaken C-383/06-C-385/06 (ESF-arrest), Jur. 2008, p.1-1561, AB 2008, 207, m.nt. W. den Ouden, JB 2008/104, m.nt. AJB, NJ 2008, m.nt. M.R. Mok, SEW 2010, p. 163-167, m.nt. M.J.M. Verhoeven en R.J.G.M. Widdershoven, r.o. 49.
HvJEG 13 maart 2008, gevoegde zaken C-383/06-C-385/06 (ESF-arrest), Jur. 2008, p.1-1561, AB 2008, 207, m.nt. W. den Ouden, JB 2008/104, m.nt. AJB, NJ 2008, m.nt. M.R. Mok, SEW 2010, p. 163-167, m.nt. M.J.M. Verhoeven en R.J.G.M. Widdershoven, r.o. 49.
Zie paragraaf 3.2.2.3.
Zie paragraaf 5.7.8.
In deze paragraaf wordt bezien of het mogelijk is dat nationale uitvoeringsorganen in de in de vorige drie paragrafen omschreven gevallen overgaan tot conforme interpretatie van het nationale recht. Door middel van conforme interpretatie kan worden bereikt dat alsnog aan de Europese verplichtingen wordt voldaan, hetgeen voorkomt dat Europese gelden worden teruggevorderd of een infractieprocedure volgt. Indien in het nationale recht geen specifiek bevoegd nationaal uitvoeringsorgaan is aangewezen of opgericht dat de rechtstreeks toepasselijke bepaling uit de Europese verordening moet uitvoeren, is conforme interpretatie lastig. Er is in dat geval immers geen bepaling die conform geïnterpreteerd kan worden.
In de voorgaande paragrafen is verder de situatie besproken dat een bepaling uit een Europese subsidieverordening weliswaar een verplichting voor de lidstaat inhoudt, maar niet rechtstreeks toepasselijk is omdat de lidstaat een beoordelingsmarge heeft. Indien de aan het bevoegde nationale uitvoeringsorgaan toekomende bevoegdheden ontoereikend zijn, kan deze Europese verplichting niet worden uitgevoerd. Uit het EsF-arrest blijkt dat hoewel de Europese verplichting moet worden uitgevoerd met behulp van het nationale recht, de volle werkzaamheid van het Europese recht moet worden gewaarborgd.1 Indien het nationale recht niet toereikend is, kan het noodzakelijk zijn om de nationale bevoegdheid zodanig te interpreteren dat de Europese verplichting kan worden uitgevoerd.2 Uiteraard gelden hierbij de grenzen die zijn besproken in hoofdstuk 3.3 In welke gevallen een nationale terugvorderingsbevoegdheid aan de volle werkzaamheid van het Europese recht in de weg staat en conform moet worden geïnterpreteerd, wordt besproken in hoofdstuk 5.4
Ten slotte is in de voorgaande paragrafen ingegaan op de situatie dat in een Europese subsidieverordening aan een lidstaat een verplichting wordt opgelegd waaraan alleen uitvoering kan worden gegeven door deze verplichting via het nationale recht te laten doorwerken in de nationale subsidieverhouding. Indien dit is nagelaten, is onduidelijk of een in een Europese subsidieverordening neergelegde verplichting gericht tot de lidstaat kan resulteren in een subsidieverplichting voor de eindontvanger van de Europese subsidie. Behalve rechtstreekse doorwerking van deze verplichting, is het wellicht ook mogelijk om daarmee vergelijkbare nationale subsidieverplichtingen verordeningconform te interpreteren.