Einde inhoudsopgave
RvdW 2026/276
Bewezenverklaring overtreding artikel 184 Sr, door geen medewerking te verlenen aan de uitoefening van de bevoegdheid van artikel 126zs Sv, is ontoereikend gemotiveerd.
HR 27-01-2026, ECLI:NL:HR:2026:83
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
27 januari 2026
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, T. Kooijmans, F. Damsteegt
- Zaaknummer
23/04312
- Conclusie
A-G mr. V.M.A. Sinnige
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
Strafprocesrecht / Voorfase
Politierecht / Bevoegdheden
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2026:83, Uitspraak, Hoge Raad, 27‑01‑2026
ECLI:NL:PHR:2025:1367, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 16‑12‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 28‑05‑2024
- Wetingang
Art. 184 Sr; art. 126zs Sv
Essentie
Opzettelijk niet voldoen aan bevel of vordering, gedaan krachtens artikel 126zs Sv, om mee te werken aan een onderzoek aan de kleding. Er is geen sprake van een bevel of vordering ‘krachtens wettelijk voorschrift’ gedaan, als bedoeld in artikel 184, eerste lid, Sr.
Samenvatting
De tenlastelegging en bewezenverklaring houden in dat sprake is van een ‘bevel of een vordering, krachtens enig wettelijk voorschrift, te weten artikel 126zs Wetboek van Strafvordering, gedaan door een politieambtenaar’. Deze bepaling houdt echter niet uitdrukkelijk in dat de politie is gerechtigd tot het geven van een bevel ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.