Misleidende beursberichten
Einde inhoudsopgave
Misleidende beursberichten (IVOR nr. 124) 2022/1.4.2.1:1.4.2.1 Bewijswaarderingsmaatstaf
Misleidende beursberichten (IVOR nr. 124) 2022/1.4.2.1
1.4.2.1 Bewijswaarderingsmaatstaf
Documentgegevens:
mr. drs. A.C.W. Pijls, datum 01-07-2022
- Datum
01-07-2022
- Auteur
mr. drs. A.C.W. Pijls
- JCDI
JCDI:ADS655674:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Blomsma, Van Kessel & Scheltema 2010, p. 18.
Vgl. Blomsma, Van Kessel & Scheltema 2010, p. 18.
Snijders, Klaassen & Meijer 2017, nr. 199; Asser 2004, nr. 2; Giesen 2001, p. 49-53; Pitlo/Rutgers & Krans 2014, nr. 4.
Akkermans 2009, p. 99; Akkermans 2002, p. 115-116; Blomsma, Van Kessel & Scheltema 2010, p. 18.
Aldus Blomsma, Van Kessel & Scheltema 2010, p. 19.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De eerste manier waarop de benadeelde in zijn bewijslast tegemoet kan worden gekomen is via (het verlagen van) de bewijswaarderingsmaatstaf.1 De rechter kan en mag een bepaald feit als vaststaand aannemen, wanneer hij overtuigd is van de waarheid van dat feit.2 Voor deze rechterlijke overtuiging is geen natuurwetenschappelijke of wiskundige mate van zekerheid vereist.3 In principe is een ‘redelijke mate van zekerheid’ voldoende om het desbetreffende feit als vaststaand te kunnen aannemen.4 Deze algemene bewijswaarderingsmaatstaf is echter te streng wanneer het gaat om het bewijs van het causaal verband.5 Vanwege de vergelijking die moet worden gemaakt met de hypothetische situatie zonder normschending gaat het bewijs van causaal verband namelijk per definitie gepaard met onzekerheid (ik verwijs naar mijn opmerking in § 1.4.1). In de doctrine wordt daarom aangenomen dat voor dit bewijs een lagere, speciaal op het hypothetische causaliteitselement afgestemde, bewijswaarderingsmaatstaf geldt.6 Een ‘redelijke mate van waarschijnlijkheid’ volstaat om de rechter te overtuigen van de aanwezigheid van causaal verband.7