Einde inhoudsopgave
De kosten van de enquêteprocedure (VDHI nr. 177) 2022/7.4.6.3
7.4.6.3 Hello Amsterdam
mr. P.H.M. Broere, datum 12-05-2022
- Datum
12-05-2022
- Auteur
mr. P.H.M. Broere
- JCDI
JCDI:ADS652441:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
OK 28 juni 2019 (r.o. 3.4; 3.10-3.11), JOR 2019/221, m.nt. C.J. Scholten (Hello Amsterdam).
OK 10 september 2019, ARO 2019/170 (Hello Amsterdam). In een poging een einde te maken aan de precaire financiële positie van de rechtspersoon werden de door de bestuurder gehouden aandelen overgedragen ten titel van beheer, opdat de algemene vergadering besluiten kan nemen, o.m. over de aanpassing van de bezoldiging van de bestuurders.
OK 28 juni 2019 (r.o. 3.10), JOR 2019/221, m.nt. C.J. Scholten (Hello Amsterdam).
Zie ook Sinninghe Damsté & Kemp 2020, p. 81.
In Hello Amsterdam bepaalde de Ondernemingskamer dat de geënquêteerde rechtspersoon de kosten van het onderzoek moet financieren. De rechtspersoon beschikt echter niet over voldoende kapitaal, als gevolg van de onttrekking van aanzienlijke bedragen door zijn beide bestuurders (tevens (indirect) aandeelhouders), ondanks een teruglopend resultaat van de rechtspersoon. Beide bestuurders hebben een rekening-courantverhouding met de rechtspersoon. Een van de bestuurders dringt aan op aflossing van de rekening-courantschulden en lost zijn eigen rekening-courantschuld grotendeels af. De andere bestuurder weigert dit echter, ondanks dat hij de opeisbaarheid van de rekening-courantschuld erkent en herhaaldelijk toezegt de rekening-courantschuld te voldoen. Ter zitting bij de Ondernemingskamer deelt deze bestuurder mede dat hij in staat is de kosten van het onderzoek te financieren, maar daartoe niet bereid is, zolang geen uitzicht bestaat op een definitieve regeling van het geschil tussen de aandeelhouders. De Ondernemingskamer ziet dan aanleiding om deze bestuurder bij wijze van onmiddellijke voorziening te veroordelen om, ter gedeeltelijke aflossing van zijn rekening-courantschuld, € 20.000 aan Hello Amsterdam te betalen, teneinde de rechtspersoon in staat te stellen de kosten van het onderzoek (en de te benoemen OK-bestuurder) te financieren.1 De bestuurder voldeed overigens niet aan deze verplichting.2
Ook in deze procedure loopt de Ondernemingskamer vooruit op toepassing van art. 2:354 BW, door een van de bestuurders te verplichten tot betaling van een rekening-courantschuld. De getroffen onmiddellijke voorziening is vergelijkbaar aan de in Van Lier-Van der Lans getroffen voorziening, zij het dat de betrokken bestuurder is gehouden de financiering aan de betrokken rechtspersoon, en niet direct aan de onderzoeker te voldoen. Daar komt bij dat de bestuurder die zijn rekening-courantschuld reeds grotendeels had afgelost had verklaard zo nodig bereid te zijn Hello Amsterdam in staat te stellen de kosten van het onderzoek te financieren.3 De getroffen onmiddellijke voorziening was dus ook niet nodig: de andere bestuurder had de kosten van het onderzoek vrijwillig kunnen financieren, en deze kosten vervolgens op grond van art. 2:354 BW kunnen verhalen op de voor het onjuist beleid verantwoordelijke bestuurder, voor zover daarvan uit het onderzoeksverslag zou blijken.4