Parallelle procedures en misbruik van procesrecht onder de EEX-Verordening II
Einde inhoudsopgave
Parallelle procedures en misbruik van procesrecht onder de EEX-Verordening II (BPP nr. XVI) 2015/80:80 Feiten
Parallelle procedures en misbruik van procesrecht onder de EEX-Verordening II (BPP nr. XVI) 2015/80
80 Feiten
Documentgegevens:
mr. J.F. Vlek, datum 30-10-2014
- Datum
30-10-2014
- Auteur
mr. J.F. Vlek
- JCDI
JCDI:ADS505237:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Europees burgerlijk procesrecht
Internationaal privaatrecht / Internationaal bevoegdheidsrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Rapport Jenard (PbEG 1979, C 59), p. 45.
Zie ook de noot van Schultsz NJ 1989, 420, sub 3.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
G. Palumbo, die de Italiaanse nationaliteit bezat en in Italië woonachtig was, dagvaardde de Duitse vennootschap Gubisch Maschinenfebrik KG voor de rechter te Rome teneinde zijn bij Gubisch geplaatste bestelling van een gereedschapswerktuig nietig te laten verklaren. Daartoe stelde Palumbo dat hij zijn bestelling had teruggenomen nog voordat zij Gubisch had bereikt. Voor het geval de rechter zou beslissen dat de verkoopovereenkomst tot stand was gekomen, vorderde Palumbo subsidiair nietigverklaring wegens een wilsgebrek, nog meer subsidiair, ontbinding wegens wanprestatie in verband met het niet in acht nemen van de leveringstermijn door Gubisch. Gubisch bestreed de bevoegdheid van de Italiaanse rechter en wees erop dat zijzelf al een vordering aanhangig had gemaakt bij de Duitse rechter, strekkende tot betaling van de door Palumbo op basis van een rechtsgeldige overeenkomst gekochte machine. Is art. 29 EEX-Vo II (indertijd art. 21 EEX-Verdrag) van toepassing en dient de Italiaanse rechter naar de Duitse rechter te verwijzen? Betreffen beide vorderingen ‘hetzelfde onderwerp’?
In het Rapport Jenard wordt over de weigeringsgrond van art. 45 lid 1 sub c EEX-Vo II (art. 27 sub 3 EEX-Verdrag) het volgende opgemerkt:
‘(…) voor een weigering van de erkenning is voldoende dat de ingeroepen beslissing onverenigbaar is met een tussen dezelfde partijen in de aangezochte staat gewezen beslissing. Het is dus niet nodig dat er sprake is van hetzelfde geschil, gegrond op dezelfde causa. Zo zal bijvoorbeeld de Franse rechter voor wie een beroep wordt gedaan op de erkenning van een Belgisch vonnis waarin wegens wanprestatie schadevergoeding wordt toegekend, deze erkenning kunnen weigeren indien een Frans gerecht tussen dezelfde partijen reeds een vonnis heeft gewezen waarbij de nietigheid van de betreffende overeenkomst is uitgesproken.’1
Op het moment dat deze overweging wordt getransponeerd naar de situatie van art. 29 EEX-Vo II betekent dat – of in ieder geval suggereert dat – dat wanprestatie in het ene geding en nietigheid in het andere geding niet ‘hetzelfde geschil, gegrond op dezelfde causa’ vormen.2