Mededinging en verzekering
Einde inhoudsopgave
Mededinging en verzekering (R&P nr. VR8) 2019/5.5.2.2:5.5.2.2 Doorgifte van voordelen aan de klanten?
Mededinging en verzekering (R&P nr. VR8) 2019/5.5.2.2
5.5.2.2 Doorgifte van voordelen aan de klanten?
Documentgegevens:
mr. drs. G.T. Baak, datum 11-12-2019
- Datum
11-12-2019
- Auteur
mr. drs. G.T. Baak
- JCDI
JCDI:ADS183482:1
- Vakgebied(en)
Mededingingsrecht / Algemeen
Verzekeringsrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De tweede voorwaarde die wordt gesteld in artikel 101 lid 3 van het Werkingsverdrag is dat een billijk aandeel van de voordelen aan de gebruikers moet worden doorgegeven. Dit betekent dat de gebruikers moeten worden gecompenseerd voor de eventuele nadelen die zij ondervinden van de vermeende kartelafspraak. Gedacht kan worden aan het hiervoor aangehaalde ‘dubbel’ betalen van bepaalde kosten, die alleen de leider zal maken, bij het hanteren van premieharmonisatie als manier om het risico in coassurantie onder te brengen. Volgens de Europese Commissie is niet aan de tweede voorwaarde van de uitzonderingsregeling voldaan als de gebruikers er door de kartelafspraak slechter aan toe zijn. Met andere woorden: de voordelen voor de mededinging moeten de nadelen voor de gebruikers in voldoende mate compenseren. Ten aanzien van de beoordeling van premieharmonisatie is de vraag of de hierboven geschetste (kosten)voordelen worden doorgegeven aan de klant/verzekeringnemer. Ik meen dat pas kan worden gesproken van doorgifte aan verzekeringnemers van de efficiëntievoordelen als kan worden aangetoond dat premieharmonisatie onder de streep tot een voor de klant gunstiger resultaat leidt dat het plaatsen op basis van een ‘Bipar-polis’, waarbij alle verzekeraars afzonderlijke premies ontvangen. De premie is immers de prijs die de klant betaalt voor de verzekeringsdienst en zolang de efficiëntievoordelen blijven rusten bij de verzekeraars en niet via de premie bij de klant belanden, zal naar mijn overtuiging niet voldaan kunnen zijn aan de tweede voorwaarde van de uitzonderlingsregeling.