Einde inhoudsopgave
Een Nederlandse personenvennootschap met beperkte aansprakelijkheid (IVOR nr. 81) 2011/6.5.14
6.5.14 Contractuele aansprakelijkheidsbedingen en derden
mr.drs. I.S. Wuisman, datum 13-01-2011
- Datum
13-01-2011
- Auteur
mr.drs. I.S. Wuisman
- JCDI
JCDI:ADS393109:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Het begrip 'derden' is onder andere gedefinieerd als: 'Zij die niet partij zijn geweest bij het sluiten van de overeenkomst'. Zie: Asser/Hartkamp 4-11, nr. 380. Ofwel: 'Aillen die niet persoonlijk of krachtens vertegenwoordiging de overeenkomst zijn aangegaan'. Zie: J.L.P. Cahen (2004), 'Overeenkomst en derden', Deventer: Kluwer, blz. 1.
Vgl: Arisz, F.H.A. (1996), supra noot 45, in: J. Ekelmans et al. (1996), supra noot 45, blz. 63.
Kortmann, S.C.J.J. (1995), 'Beperking van de (verhaals-)aansprakelijkheid van de vrije beroepsbeoefenaar', De Naamlooze Vennootschap 73, '/2 januari/februari 1995, blz. 14-20.
Hof Den Bosch 28 september 1983, NJ1985, 120 en HR 13 oktober 2006, JOR 2006, 296.
Vgl: Schepel, J. (1996), 'De advocaat vergeleken met de (register)accountant', in: J. Ekelmans et al. (1996), supra noot 45, blz. 72-78. Zie ook: E.C.A. Nass (2008), supra noot 153, blz. 185-192.
Zanden, P. van der, et al. (2008), 'Ontwikkelingen in beroepsaansprakelijkheid van accountants jegens derden', Maandblad voor Accountancy en bedrijfseconomie 2008/7-8, blz. 317-323.
Nass, E.C.A. (2008), supra noot 153, blz. 185-192.
Asser/Hartkamp 4-111, nr. 97.
Slagter, W.J. (1995), supra noot 45, blz. 173-178.
HR 7 maart, NJ 1969, 249 (Gegaste uien), HR 12 januari 1979, NJ 1979, 362 (Securicor), HR 20 juni 1986, NJ 1987, 35 (Deka-Hanno/Citronas) en HR 9 juni 1989, NJ 1990, 40 (Vojvodina/ECT). Zie voor een bespreking van deze arresten: J.L.P. Cahen (2004), supra noot 176, blz. 19-23.
Zie: arresten Deka-Hanno/Citronas en Vojvodina/ECT.
Hier verwijst de Hoge Raad naar het gegaste uien-arrest.
HR 12 januari 1979, NJ 1979, 362.
Cahen, J.L.P. (2004), supra noot 176, blz. 23.
Zie bijvoorbeeld: de artikelen 8:363-365, 7:608, 6:251-253 en 6:257 BW. Zie: C. Bollen (2008), supra noot 157, blz. 57-69 en J.B.M. Vranken (1997), 'De derde in het overeenkomstenrecht (I)', WPNR 97/6288, blz. 715-720. Zie ook: Asser/Kortmann 2-1, nr. 124.
Rechtbank 's-Gravenhage 16 april 2008, JA 2008/92.
HR 13 oktober 2006, JOR 2006, 296 (Vie d'Or).
Zanden, P. van der, et al. (2008), supra noot 181, blz. 317-323.
Naast de hiervoor genoemde mogelijkheden dat de uitsluiting van aansprakelijkheid buiten werking raakt, kleven er nog andere bezwaren aan het contractueel bedingen van niet-aansprakelijkheid. Het belangrijkste bezwaar is dat derden1 in beginsel niet gebonden zijn aan de tussen de contractspartijen overeengekomen aansprakelijkheidsbeperking.2 Bij advocaten, notarissen en accountants weegt dit gegeven zwaar. Zij hebben regelmatig te maken met derden die min of meer nauw bij de overeenkomst van opdracht betrokken zijn.3 Bij advocaten kan aansprakelijkheid jegens derden zich bijvoorbeeld voordoen bij legal opinions. Bij accountants is dit gevaar sterker aanwezig vanwege de semi-publieke functie die zij vervullen.4 Onjuistheid van een afgegeven goedkeuringsverklaring van de jaarrekening kan bijvoorbeeld aanleiding geven tot aansprakelijkstelling door een derde.5 Deze derde zal de onrechtmatige daad als grondslag voor zijn vordering aanvoeren, doordat de onjuistheid van de verklaring een schending van de zorgplicht van de accountant oplevert en deze plicht volgens de derde ten doel had zijn belang te beschermen.6 In Nederland is de buitencontractuele aansprakelijkheid, ofwel derdenaansprakelijkheid, in beginsel onbeperkt: qua omvang is er vanwege de omvangrijke zorgplicht geen beperking en het aantal potentiële eisers is onbeperkt.7 Er bestaat echter slechts een recht op schadevergoeding als de overtreden norm de strekking had om de derde in zijn geschonden belang te beschermen.8
Exoneratieclausules werken in beginsel niet tegen derden. Dit betekent dat er uitzonderingen mogelijk zijn. Een uitzondering kan bijvoorbeeld bestaan indien de derde had moeten begrijpen dat de clausule, waarvan hij op de hoogte was, de strekking had ook te werken jegens bepaalde derden.9 Uitgangspunt van de Hoge Raad is dat exoneratieclausules slechts bij wege van uitzondering tegen een derde geldend gemaakt kunnen worden. De Hoge Raad formuleert in verscheidene arresten criteria die zulke uitzonderingen zouden kunnen rechtvaardigen.10 Een derde dient bijvoorbeeld een contractueel beding tegen zich te laten gelden indien daarvoor een voldoende rechtvaardiging bestaat in de aard van het betreffende geval.11 Dit kan volgens de Hoge Raad onder andere zijn: (Met op de gedraging van een derde terug te voeren vertrouwen van degene die zich op het beding beroept, dat hij dit beding zal kunnen inroepen ter zake van hem door zijn wederpartij toevertrouwde goederen '.12 Daarnaast kan bijvoorbeeld: (P1 e aard van de overeenkomst en van het betreffende beding in verband met de bijzondere relatie waarin de derde staat tot degene die zich op het beding beroept', doorwerking rechtvaardigen. De Hoge Raad verwijst hier naar het Securicor-arrest waarin de derde direct betrokken was bij de overeenkomst tussen de exonerant en zijn wederpartij, in die zin dat de derde onmisbaar was om de overeenkomst te kunnen uitvoeren.13 Een relatie kan ook bijzonder zijn vanwege de achterliggende betrekking tussen de derde en de wederpartij van de exonerant, bijvoorbeeld als deze optrad als lasthebber of zaakwaarnemer van de derde.14 Ten slotte zou ook het stelsel van de wet aanknopingspunten kunnen bieden voor doorwerking van contractuele aansprakelijkheidsbeperkingen.15 In een uitspraak van de rechtbank van Den Haag over de doorwerking van een exoneratiebeding, speelt de verzekerbaarheid en het daadwerkelijk verzekerd zijn mede een rol bij het wel of niet toekennen van een beroep op de exoneratie.16 Partijen kunnen daarnaast ook een beding in het contract opnemen dat specifiek gericht is op de uitsluiting van aansprakelijkheid jegens derden, de zogenoemde `third party disclaimer'. In de Vie d'Or-uitspraak is een dergelijke disclaimer aan de orde geweest.17 Het is onduidelijk of uit deze uitspraak, die gaat over de zorgplicht en de aansprakelijkheid van de accountant jegens derden, volgt dat de Hoge Raad heeft bedoeld dat het de accountant vrijstaat zijn aansprakelijkheid te beperken door aan de goedkeurende verklaring een disclaimer toe te voegen. In de literatuur is gesteld dat dit niet het geval is.18