Vastgoedtransacties in de Europese btw
Einde inhoudsopgave
Vastgoedtransacties in de Europese btw (FM nr. 169) 2021/4.2.5.4:4.2.5.4 Nederland
Vastgoedtransacties in de Europese btw (FM nr. 169) 2021/4.2.5.4
4.2.5.4 Nederland
Documentgegevens:
mr. dr. M.D.J. van der Wulp, datum 01-07-2021
- Datum
01-07-2021
- Auteur
mr. dr. M.D.J. van der Wulp
- JCDI
JCDI:ADS291424:1
- Vakgebied(en)
Toeslagen (V)
Omzetbelasting / Aftrek en teruggaaf
Omzetbelasting / Belastingplichtige en -schuldige
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Omzetbelasting / Levering van goederen en diensten
Omzetbelasting / Vrijstelling
Europees belastingrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Art. 3 lid 1, onderdeel c Wet OB.
M.E. van Hilten en H.W.M. van Kesteren, Omzetbelasting, Kluwer: Deventer 2020, p. 127.
Vakstudie Omzetbelasting, artikel 3 lid 1 onderdeel c (Vanaf 2007), aant. 2.1.1 (online, bijgewerkt t/m 13 maart 2021).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In Nederland is ervoor gekozen om uitsluitend de oplevering van onroerende zaken door degene die de goederen heeft vervaardigd, met uitzondering van andere onbebouwde terreinen dan bouwterreinen, gelijk te stellen met een levering.1 Op de vraag waarom de wetgever deze leveringsgelijkstelling wenselijk achtte blijft de parlementaire geschiedenis (net als de richtlijnhistorie) het antwoord schuldig.2 De meest voor de hand liggende gedachte – het betreft immers een gelijkstelling met een reguliere levering – is dat de wetgever deze situatie (voldoende) vergelijkbaar vond met de overdracht van de macht om als een eigenaar over een vervaardigd onroerend goed te beschikken als bedoeld in art. 3 lid 1, onderdeel a Wet OB.3 Daarvan uitgaande wordt de ratio van art. 3 lid 1, onderdeel c Wet OB gevormd door de concurrentieneutraliteit. Hierna zal achtereenvolgens worden ingegaan op de begrippen ‘oplevering’ en ‘vervaardiging’. Het begrip ‘onroerende zaken’ in art. 3 lid 1, onderdeel c Wet OB heeft op grond van een richtlijnconforme uitleg dezelfde betekenis als het uniebegrip ‘onroerend goed’. Voor de inhoud van het (unie)begrip ‘onroerend goed’ zij verwezen naar paragraaf 4.2.2.
4.2.5.4.1 Oplevering4.2.5.4.2 Vervaardigen