De reikwijdte van medezeggenschap
Einde inhoudsopgave
De reikwijdte van medezeggenschap (MSR nr. 63) 2014/2.6.7.2:2.6.7.2 De or als ‘ingangseis’
De reikwijdte van medezeggenschap (MSR nr. 63) 2014/2.6.7.2
2.6.7.2 De or als ‘ingangseis’
Documentgegevens:
Datum 01-01-2014
- Datum
01-01-2014
- JCDI
JCDI:ADS386096:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Kamerstukken II,1991-1992, 22400, nr. 3, p. 3 en 4.
Kamerstukken II, 1991-1992, 22400, nr. 3, p. 3 en 4.
Ondernemingskamer 22 september 2008, ARO 2008/156, JOR 2009/36, RO 2008/81 (Friesland Vlees).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Bij een stichting of vereniging is het voeren van een enquêteprocedure alleen mogelijk indien de onderneming verbonden aan de stichting of vereniging op grond van de WOR een or heeft ingesteld. De achtergrond van deze bepaling is dat verenigingen en stichtingen die een arbeidsorganisatie in stand houden ook onder het enquêterecht moeten vallen.1 Deze op zich heldere regeling roept bij mij één vraag op. Stel nu dat een vereniging of stichting met een arbeidsorganisatie geen or, maar een ander medezeggenschapsorgaan heeft ingesteld. Ik denk daarbij vooral aan onderwijsinstellingen in de rechtsvorm van een stichting die in veel gevallen geen or maar een medezeggenschapsraad hebben. Kan een enquêtegerechtigde in dat geval een onderzoek naar de gang van zaken en het beleid van de stichting verzoeken? Een strikte interpretatie van art. 2:344 BW noopt tot de conclusie dat dit niet mogelijk is. Een teleologische interpretatie leidt echter tot een andere uitkomst, nu het de bedoeling van de wetgever (en daarvoor de SER) is geweest het enquêterecht uit te breiden naar verenigingen en stichtingen met een arbeidsorganisatie en nu uit praktische overwegingen gekozen is aan te sluiten bij het begrip onderneming uit de WOR.2 Ook onderwijsinstellingen met een medezeggenschapsraad hebben een arbeidsorganisatie. Is dan sprake van een onverenigbaarheid met het karakter van onderwijsinstellingen? Oorspronkelijk werd gedacht dat de relatie tussen werkgevers en werknemers en de bijzondere relaties tussen onderwijsinstellingen en leerlingen, studenten en ouders zo afwijkend was, dat toepassing van de WOR niet wenselijk is. Inmiddels bestaat echter voor onderwijsinstellingen ook de mogelijkheid te kiezen voor medezeggenschap op basis van het WOR-model, zodat een uitzondering voor het enquêterecht mijns inziens niet meer op zijn plaats is. Ik sluit niet uit dat de Ondernemingskamer kiest voor een pragmatische benadering en een enquêtegerechtigde bij een onderwijsinstelling ontvankelijk verklaart, nu de Ondernemingskamer in het algemeen niet snel aanneemt dat een partij niet-ontvankelijk is. Zo is een vakbond die geen werknemers meer in dienst heeft omdat die vanwege het beleid dat ter discussie staat zijn ontslagen, ontvankelijk.3