Onmiddellijke voorzieningen en hun externe werking
Einde inhoudsopgave
Onmiddellijke voorzieningen en hun externe werking (IVOR nr. 118) 2020/9.14.4:9.14.4 Verwijtbaarheid is geen criterium voor ingrijpen in de bezoldiging
Onmiddellijke voorzieningen en hun externe werking (IVOR nr. 118) 2020/9.14.4
9.14.4 Verwijtbaarheid is geen criterium voor ingrijpen in de bezoldiging
Documentgegevens:
mr. A.C. Faber, datum 16-03-2020
- Datum
16-03-2020
- Auteur
mr. A.C. Faber
- JCDI
JCDI:ADS196979:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie bijv. 9.9.2.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
[348] In de hiervoor gegeven voorbeelden uit de jurisprudentie schemert her en der – maar niet steeds – een verwijt door aan degene wiens aanspraak op de managementvergoeding onder vuur komt te liggen.1 In 9.14.1 zijn hypothetische omstandigheden beschreven, die een bezoldigingsingreep zouden kunnen rechtvaardigen. Van die omstandigheden, bijvoorbeeld van privé onttrekkingen, zal soms aan de geschorste functionaris een verwijt te maken zijn. Daarmee is echter niet gegeven, dat het verwijt aan de geschorste functionaris ten grondslag kan worden gelegd aan de bezoldigingsingreep.
Ik merk op dat een verwijt niet vereist is voor zo’n ingreep. Dat de in 9.14.1 genoemde omstandigheden de bezoldigingsingreep zelfstandig – zonder additioneel verwijt – kunnen dragen, acht ik goed mogelijk. Het is overigens, meen ik, niet bezwaarlijk als er een element van verwijt in het spel is bij een bezoldigingsingreep. Het verwijt is dan een bijkomend argument, naast andere omstandigheden die de maatregel vergen.
Als echter verwijt het (enige) motief is, terwijl niet tegelijkertijd is voldaan aan de vereisten van noodzakelijkheid, subsidiariteit en proportionaliteit, hoort de bezoldigingsingreep achterwege te blijven. Hij dreigt dan een punitief karakter te krijgen of vooruit te lopen op (mogelijke gevolgen van) een oordeel in de tweede fase over aansprakelijkheid voor wanbeleid.