Einde inhoudsopgave
De (bijzondere) positie van onteigenings- en nadeelcompensatiedeskundigen (SteR nr. 58) 2023/1.6.1
1.6.1 De verschillende wetten op het gebied van de fysieke leefomgeving en/of titel 4.5 Awb en de Omgevingswet
S. Schuite, datum 10-04-2023
- Datum
10-04-2023
- Auteur
S. Schuite
- JCDI
JCDI:ADS702061:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Voetnoten
Voetnoten
Stb. 2016, 156.
En reeds gedeeltelijk in werking getreden. Zie: Stb. 2013, 50.
Kamerstukken II 2010/11, 32621, 3, p. 11-12.
Kamerstukken II 2010/11, 32621, 3, p. 15 en 18. Zie ook: Van den Broek & Tjepkema 2015, § 2.3.2.
Kamerstukken II 2018/19, 33 118, nr. AU (Kamerbrief omtrent inwerkingtreding Omgevingswet).
Niet voor niets sprak voormalig minister van Infrastructuur en Milieu Melanie Schultz van Haegen (VVD) in 2014 van “de grootste wetgevingsoperatie sinds de vernieuwing van de Grondwet in 1848” (Verlaan & Rutten, NRC Handelsblad 27 november 2019).
Handelingen I 2012/13, 32 621, nr. 15, item 6, p. 53; Kamerstukken II 2010/11, 32621, 3, p. 17.
Huijts 2020, p. 536.
Van der Grinten & Kortmann, NJB 2019/2695; Teunissen, Gst. 2020/145.
Dit proefschrift is tot stand gekomen in de (lange) aanloopfase naar de inwerkingtreding van de Omgevingswet1 en titel 4.5 Awb.
Bij de aanvang van dit onderzoek (1 oktober 2019) stond de inwerkingtredingsdatum van de Omgevingswet gepland op 1 januari 2021. Al snel werd duidelijk dat die datum niet zou worden gehaald. Ook de nadien beoogde inwerkingtredingsdata werden allemaal niet gehaald. Recent is de inwerkingtreding wederom uitgesteld naar 1 januari 2024.
Intussen is ook titel 4.5 Awb nog niet in werking getreden. Die titel werd – als onderdeel van de Wet nadeelcompensatie en schadevergoeding bij onrechtmatige besluiten – reeds in 2013 in het Staatsblad gepubliceerd.2 Met titel 4.5 Awb beoogt de wetgever het sterk verbrokkelde nadeelcompensatielandschap te uniformeren. 3Toen de Omgevingswet eenmaal in wording was, heeft de wetgever ervoor gekozen eerst dat wetsvoorstel af te wachten. Een belangrijke reden daarvoor was dat er onduidelijkheid bestond over de vraag hoe de uniforme nadeelcompensatieregeling uit titel 4.5 Awb zich zou gaan verhouden tot de meer specifieke omgevingsrechtelijke nadeelcompensatieregeling uit de Omgevingswet (afdeling 15.1).4 De inwerkingtredingsdatum van titel 4.5 Awb werd ‘gekoppeld’ aan die van de Omgevingswet in die zin dat titel 4.5 Awb gelijktijdig met de Omgevingswet in werking zal treden.5 Inmiddels is het manuscript afgerond, maar zijn beide regelingen dus nog steeds geen geldend recht.
Het voortdurende uitstel van beide regelingen stelde dit onderzoek voor een keuze. Dat heeft ermee te maken dat de regelgeving op basis waarvan de schadedeskundigen adviseren alsmede de materiële rechtsnormen waarover zij dat doen, neergelegd zijn in verschillende sectorale wetten en regels op het gebied van de fysieke leefomgeving. De meeste van die verschillende wetten en regels gaan straks op in de Omgevingswet of worden vervangen door het algemene regime van titel 4.5 Awb. Een en ander betekent een behoorlijke verandering ten opzichte van het huidige systeem.6
In het licht van het voortdurende uitstel, heb ik ervoor gekozen om het huidige – straks (wellicht) oude – systeem als uitgangspunt te nemen. Ik heb daarvoor drie redenen. De eerste reden is dat het nog onduidelijk is hoe de Omgevingswet en titel 4.5 Awb in de praktijk precies zullen gaan uitpakken. Het onderzoek zou – wanneer het uitging van het nieuwe systeem – wel erg gebonden zijn aan de letter van de wet. Dat acht ik niet passend bij het (praktijkgerichte) onderwerp van dit onderzoek. Ten tweede lijkt het nieuwe systeem, ondanks de grote stelselherziening, dan weer geen fundamentele breuk op het gebied van de deskundigenadvisering te behelzen. In veel procedurele voorschriften zal het nieuwe regime niet of nauwelijks voorzien. Dit betekent dat op dat punt de oude regelingen wellicht kunnen blijven bestaan.7 Ook zou daarin opnieuw met aparte (beleids)regels kunnen worden voorzien. Gelet op het doel van de wetgever bij de totstandkoming van titel 4.5 Awb, om het bestaande nadeelcompensatierecht zoveel mogelijk te codificeren, zullen de bestaande nadeelcompensatieregels een belangrijk uitgangspunt vormen. 8Anders geformuleerd: het oude systeem geeft een representatieve afspiegeling van de positie van de schadedeskundigen in het nieuwe systeem. De derde reden dat ik het huidige systeem als uitgangspunt neem, is omdat de Omgevingswet bepaald geen onomstreden bestaan is gegund. In zowel de praktijk als in de literatuur blijven voortdurend stemmen opgaan om de inwerkingtreding alsnog voor eens en altijd te annuleren. 9Zolang het nieuwe systeem nog geen positief recht is, kan het risico op een laattijdig fnuiken daarvan simpelweg niet worden uitgesloten.
Uiteraard wordt het nieuwe systeem niet in het geheel gepasseerd. Daarvoor is de algemene stelselherziening te belangrijk, fundamenteel en dichtbij. Hoofdstuk 2 bevat daarom, naast een beschrijving van de huidige verschijningsvormen van de schadedeskundigen, ook een beschrijving van de verschijningsvormen onder de Omgevingswet en titel 4.5 Awb. Daarnaast wordt ook in andere hoofdstukken – indien de beschouwing daarom vraagt – een doorkijkje gegeven in het nieuwe systeem. Ik zal mijn aanbevelingen dan ook zoveel mogelijk plaatsen in het licht van het toekomstige stelsel van Omgevingswet en titel 4.5 Awb. Op die manier zijn de aanbevelingen toekomstbestendig.