Scheiding van zeggenschap en belang in de familiesfeer
Einde inhoudsopgave
Scheiding van zeggenschap en belang in de familiesfeer (FM nr. 162) 2020/14.3.6.1:14.3.6.1 Gevolgen overlijden van de inbrenger
Scheiding van zeggenschap en belang in de familiesfeer (FM nr. 162) 2020/14.3.6.1
14.3.6.1 Gevolgen overlijden van de inbrenger
Documentgegevens:
Mr. dr. A.E. de Leeuw, datum 29-02-2020
- Datum
29-02-2020
- Auteur
Mr. dr. A.E. de Leeuw
- JCDI
JCDI:ADS232730:1
- Vakgebied(en)
Vermogensbelasting (V)
Schenk- en erfbelasting / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Dit is ook meermaals bevestigd in de parlementaire geschiedenis, zie Kamerstukken II vergaderjaar 2008/09, 31 930, nr. 3, pagina 12, Kamerstukken II vergaderjaar 2008/09, 31 930, nr. 9, pagina 46, en Kamerstukken II vergaderjaar 2009/10, 31 930, nr. 38, pagina 16 (bijlage 2).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het overlijden van de inbrenger kan leiden tot de heffing van inkomstenbelasting. Dit zal zich met name voordoen indien het APV-vermogen (deels) bestaat uit aanmerkelijkbelangaandelen, zodat zich een fictieve vervreemding in de zin van artikel 4.16 lid 1 sub e Wet IB 2001 voordoet. Indien voldaan is aan de voorwaarden kan echter de doorschuiffaciliteit van artikel 4.17a Wet IB 2001 worden toegepast.1 Indien sprake is van aandelen die niet kwalificeren voor toepassing van de doorschuiffaciliteit vindt echter geen heffing plaats indien de aandelen niet worden toegerekend op grond van de toerekeningsstop van artikel 2.14a lid 7 Wet IB 2001 (zie nader paragraaf 14.3.4). Aangezien de inbrenger op dat moment niet als aanmerkelijkbelanghouder wordt aangemerkt, kan zijn overlijden uiteraard niet tot een fictieve vervreemding leiden. Deze situatie zal zich naar verwachting echter zelden voordoen.