Verlofstelsels in strafzaken
Einde inhoudsopgave
Verlofstelsels in strafzaken (SteR nr. 37) 2018/5.4:5.4 Bezwaarvereiste en vrije toegangsbeoordeling
Verlofstelsels in strafzaken (SteR nr. 37) 2018/5.4
5.4 Bezwaarvereiste en vrije toegangsbeoordeling
Documentgegevens:
mr. G. Pesselse, datum 01-12-2017
- Datum
01-12-2017
- Auteur
mr. G. Pesselse
- JCDI
JCDI:ADS610730:1
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Vellinga 2007, p. 77-78; Wiewel & Van Woensel 2007, p. 287; Van Woensel 2007, p. 22-23.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Als in cassatie niet aan de vereisten van de bezwaarverplichting wordt voldaan, moet de Hoge Raad het cassatieberoep niet-ontvankelijk verklaren. In hoger beroep daarentegen ‘kan’ de appelrechter een beroep niet-ontvankelijk te verklaren als niet bij schriftuur of op de zitting grieven zijn opgegeven (art. 416 lid 2 en 3 Sv). Deze beleidsvrijheid tot niet-ontvankelijkverklaring van het beroep maakt van de grievenverplichting een vrije toegangsvoorwaarde. “De appelrechter […] moet in wezen verloftoetsing toepassen”, aldus ook Wiewel, Van Woensel en Vellinga over deze discretionaire bevoegdheid.1 De vraag komt op hoe groot de ruimte voor vrije toegangsbeoordeling op grond van artikel 416 Sv precies is en hoe dit zich tot het verdragsrecht verhoudt.
5.4.a Vrijheid tot toelating5.4.b Begrensde vrijheid?5.4.c Invulling vrijheid5.4.d Toelaatbaarheid onder verdragsrecht