Einde inhoudsopgave
Ongerechtvaardigde verrijking en onverschuldigde betaling als bronnen van verbintenissen (O&R nr. 80) 2014/3.3.3.4
3.3.3.4 Datio ob rem
mr. S.R. Damminga, datum 07-11-2013
- Datum
07-11-2013
- Auteur
mr. S.R. Damminga
- JCDI
JCDI:ADS496260:1
- Vakgebied(en)
Rechtswetenschap / Algemeen
Verbintenissenrecht / Overige verbintenissen
Voetnoten
Voetnoten
Reuter & Martinek 1983, p, 155-173; Medicus 2004, nr. 651-653; Lorenz 2007, §812, nr. 105-112.
Meer nauwkeurig: het leerstuk van de Wegfall der Geschäftsgrundlage.
Zie ook RGZ 118, 358. Hier stelde een schoonvader zich borg voor een verplichting van zijn schoonzoon om schadevergoeding te betalen aan diens werkgever. De schade was ontstaan door frauduleuze handelingen van de schoonzoon in de uitoefening van zijn werk. De schoonvader had de bedoeling om het ontslag van zijn schoonzoon te voorkomen. Toen de werkgever de schoonzoon ontsloeg, kon de schoonvader zijn prestatie terugvorderen.
De tweede zin van §812 lid 1 bepaalt dat een prestatie moet worden teruggegeven indien zij is verricht met een bedoeling die niet wordt verwezenlijkt. Deze aanspraak staat bekend als de condictio ob rem of de condictio causa data causa non secuta.
Op het eerste gezicht lijkt de condictio ob rem overbodig, omdat deze aanspraak uit de Leistungsdefinitie al blijkt. Een Leistung is volgens de thans heersende leer immers een doelgerichte prestatie, die kan worden teruggevorderd wanneer het doel niet wordt verwezenlijkt. Deze leer was echter niet heersend toen het BGB werd opgesteld. In de moderne literatuur wordt gepoogd de tweede zin van lid 1 nietemin een zelfstandige functie te geven. Een aparte groep ‘specifieke doelen’ wordt onderscheiden. Als deze niet worden verwezenlijkt, kan de prestatie die ten behoeve van deze doelen is verricht, worden teruggevorderd op grond van de tweede zin van §812 lid 1.
De meeste auteurs beperken de condictio ob rem tot twee groepen gevallen, de Vorleistungsfälle en de Veranlassungsfälle.1 In de overige gevallen zullen andere condicties en de leerstukken van ontbinding, onvoorziene omstandigheden2 en uitleg van overeenkomsten de juiste oplossing moeten geven.
Bij de Vorleistungsfälle gaat het om vooruitbetalingen, waarbij de presterende partij de bedoeling heeft om alvast een schuld te voldoen die nog moet ontstaan. Wanneer de schuld niet ontstaat, kan de presterende partij de aanbetaling terugvorderen. De Veranlassungsfälle betreffen prestaties die zijn verricht met de bedoeling de ontvanger tot een bepaalde tegenprestatie te bewegen. Een geval dat zich in de praktijk nogal eens voordoet is dat een ondernemer begint te presteren terwijl de contractsonderhandelingen nog gaande zijn. Met de prestatie wil de ondernemer de ontvanger overhalen een overeenkomst te sluiten.3