Wilsdelegatie in het erfrecht
Einde inhoudsopgave
Wilsdelegatie in het erfrecht (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2014/II.5.6.5.1:II.5.6.5.1 Inleidend
Wilsdelegatie in het erfrecht (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2014/II.5.6.5.1
II.5.6.5.1 Inleidend
Documentgegevens:
mr. N.V.C.E. Bauduin, datum 09-09-2014
- Datum
09-09-2014
- Auteur
mr. N.V.C.E. Bauduin
- JCDI
JCDI:ADS624154:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In de hierna volgende paragrafen ga ik nader in op de vraag of en in hoeverre erflater het aan andermans oordeel kan overlaten om te bepalen welke goederen onder bewind worden gesteld (paragraaf 5.6.5.2) en wanneer het bewind aanvangt (paragraaf 5.6.5.3). Hieraan voorafgaand breng ik in herinnering dat een rechtshandeling, zoals het instellen van testamentair bewind (art. 4:153 BW), zich van andere handelingen onderscheidt door haar op een rechtsgevolg gerichte wil die zich door een verklaring openbaart (art. 3:33 BW). En om de rechtsgevolgen te kunnen vaststellen dient iedere handeling steeds in voldoende mate bepaald te zijn (zie ook paragraaf 2.2.2). Welke mate van bepaaldheid voor eenzijdige rechtshandelingen (zoals uiterste wilsbeschikkingen) vereist is teneinde de beoogde rechtsgevolgen in het leven te roepen, hangt af van de in de wet opgenomen vereisten ten aanzien van de inhoud van de desbetreffende rechtshandeling (paragraaf 4.5 en 4.6). Voor het testamentair bewind geldt dat de strekking van het testamentaire bewind ook mede de rechtsgevolgen bepaald. Erflater dient daarom bij voorkeur de strekking van het testamentaire bewind in zijn uiterste wilsbeschikking tot uitdrukking te brengen (paragraaf 5.6.2).