Einde inhoudsopgave
De enquêtegerechtigden bij de NV en de BV (VDHI nr. 153) 2018/11.7.2
11.7.2 Prospectus bij IPO
mr. K. Spruitenburg, datum 01-08-2018
- Datum
01-08-2018
- Auteur
mr. K. Spruitenburg
- JCDI
JCDI:ADS381866:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Zie ook art. 5 lid 1 Richtlijn 2003/71/EG van het Europees Parlement en de Raad van 4 november 2003 betreffende het prospectus dat gepubliceerd moet worden wanneer effecten aan het publiek worden aangeboden of tot de handel worden toegelaten en tot wijziging van Richtlijn 2001/34/EG, verder: ‘de Prospectusrichtlijn’.
Kamerstukken II 2005-2006, 29 708, nr. 19 (vierde NvW), p. 571.
Verordening (EG) 809/2004 van de Commissie van 29 april 2004 tot uitvoering van Richtlijn 2003/71/EG van het Europees Parlement en de Raad wat de in het prospectus te verstrekken informatie, de vormgeving van het prospectus, de opneming van informatie door middel van verwijzing, de publicatie van het prospectus en de verspreiding van reclame betreft, verder: ‘de Prospectusverordening’.
Art. 3 Prospectusverorderining.
Art. 4 en 6 Prospectusverordering.
Ingevolge art. 5:13 lid 1 Wft dient het prospectus alle gegevens te bevatten:
“(…) die, gelet op de aard van de uitgevende instelling en van de aan het publiek aangeboden of tot de handel op de gereglementeerde markt toegelaten effecten, van belang zijn voor het vormen van een verantwoord oordeel over het vermogen, de financiële positie, het resultaat en de vooruitzichten van de uitgevende instelling en de eventuele garant en de rechten welke aan deze effecten verbonden zijn, (…).”1
Deze zinsnede beschrijft de belangrijkste norm voor de inhoud van het prospectus. Het uitgangspunt is dat de verstrekte informatie over de effecten en de uitgevende instelling de beleggers in staat moet stellen de risico's van de belegging te beoordelen en met volledige kennis van zaken een beleggingsbeslissing te nemen. Dit betekent dat het prospectus in beginsel alle gegevens dient te bevatten om beleggers in staat te stellen zich een verantwoord oordeel te vormen over de uitgevende instelling en over de rechten die aan deze effecten zijn verbonden.2
Het prospectus moet daarnaast in ieder geval de zogeheten minimuminformatie op grond van het bepaalde in art. 3 tot en met 23 van de Prospectusverordening bevatten.3 De Prospectusverordening vermeldt gedetailleerd welke informatie in een prospectus openbaar moet worden gemaakt om goedkeuring van de bevoegde toezichthoudende instantie te verkrijgen. Daarbij wordt gebruikgemaakt van een of meer combinaties van de in de Prospectusverordening opgenomen schema’s en bouwstenen.4 Een prospectus voor een aandelenuitgifte dient in ieder geval de informatie te bevatten zoals uiteen is gezet in bijlagen I en III van de Prospectusverordening.5Bijlage I, onderdeel 22 vereist dat in het registratiedocument voor aandelen een samenvatting wordt opgenomen van ‘belangrijke overeenkomsten’, dat wil zeggen:
“( .. ) elke in de loop van de twee jaar onmiddellijk vóór de publicatie van het registratiedocument gesloten belangrijke overeenkomst die niet in het kader van de normale bedrijfsuitoefening is aangegaan en waarbij de uitgevende instelling of een lid van de groep partij is.”
De enquêteovereenkomst die twee jaar onmiddellijk vóór de publicatie van het registratiedocument is gesloten, valt mijns inziens onder deze omschrijving. Het prospectus dient derhalve een samenvatting te bevatten van een dergelijke overeenkomst. Een goed voorbeeld hiervan vormt de toekenning van de enquêtebevoegdheid aan de ondernemingsraad van ABN Amro bij de beursgang van ABN Amro in 2015. Uit het prospectus blijkt dat deze bevoegdheid bij overeenkomst door ABN Amro NV aan de ondernemingsraad is toegekend en in welke situaties de ondernemingsraad daarvan gebruik kan maken (§ 11.6).
Een enquêteovereenkomst die langer dan twee jaar onmiddellijk vóór de publicatie van het registratiedocument is gesloten, valt niet onder de omschrijving. Aangezien een bevoegde autoriteit niet mag verlangen dat een prospectus rubrieken bevat die niet in de bijlagen I tot en met XVII voorkomen, kan de AFM niet eisen dat het prospectus met deze informatie wordt aangevuld.6 Ook valt een dergelijke overeenkomst niet onder de informatie die vermeld moet worden op grond van art. 5:13 lid 1 Wft ‘over het vermogen, de financiële positie, het resultaat en de vooruitzichten van de uitgevende instelling’. Het bestaan van deze enquêteovereenkomst hoeft dus niet te worden vermeld in het prospectus.