Sturingsinstrumenten in de WW: 1987-2020
Einde inhoudsopgave
Sturingsinstrumenten in de WW: 1987-2020 (MSR nr. 77) 2021/2.4.1:2.4.1 Loondagen per kalenderjaar
Sturingsinstrumenten in de WW: 1987-2020 (MSR nr. 77) 2021/2.4.1
2.4.1 Loondagen per kalenderjaar
Documentgegevens:
Datum 01-01-2021
- Datum
01-01-2021
- Auteur
Kluwer
- JCDI
JCDI:ADS258859:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Algemeen
Sociale zekerheid algemeen / Algemeen
Sociale zekerheid werkloosheid (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het kabinet wilde een systeem invoeren waarbij de uitvoeringsorganen niet afhankelijk waren van door de werkgever verstrekte gegevens die niet in de bestaande gegevensstromen pasten. Daarnaast moest een oplossing worden gevonden voor het probleem dat de 5-jaarsperiode van de 3-uit-5-jareneis op een willekeurige dag in het jaar begon. Er is daarom voorgesteld om over te gaan tot registratie van het arbeidsverleden in de vorm van 52 SV-dagen per kalenderjaar. De voordelen van een systeem met een minimumaantal SV-dagen waren de simpele registratie, een gemakkelijke vaststelling van het recht op uitkering en zekerheid dat er arbeidsverleden wordt opgebouwd over de perioden dat er ook daadwerkelijk premie is afgedragen.1 Er werd met dit criterium van loondagen zo veel mogelijk aangesloten bij feitelijk gewerkte perioden. Het formeel bestaan van een dienstbetrekking zegt immers niet of er daadwerkelijk gewerkt werd. Het betalen van loon is wel directer verbonden aan het verrichten van arbeid.2
De overgang naar kalenderjaren maakte het ook gemakkelijker om het recht op de uitkering te berekenen, doordat direct aan het einde van het jaar kon worden vastgesteld of iemand in dat jaar arbeidsverleden had opgebouwd. De bedrijfsvereniging hoefde alleen voor langere tijd te registreren of iemand aan het criterium had voldaan. Mocht dit niet het geval zijn, dan hoefde alleen te worden geregistreerd op hoeveel dagen wel gewerkt was, zodat bij werkloosheid nagegaan kon worden of de werkloze bij andere bedrijfsverenigingen (ook) arbeidsverleden had opgebouwd.3