Douanewaarde in een globaliserende wereld
Einde inhoudsopgave
Douanewaarde in een globaliserende wereld (FM nr. 164) 2021/10.3.7.3:10.3.7.3 Verrekenprijsaanpassing geïnitieerd door de belastingplichtige
Douanewaarde in een globaliserende wereld (FM nr. 164) 2021/10.3.7.3
10.3.7.3 Verrekenprijsaanpassing geïnitieerd door de belastingplichtige
Documentgegevens:
M.L. Schippers, datum 01-01-2021
- Datum
01-01-2021
- Auteur
M.L. Schippers
- JCDI
JCDI:ADS258379:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Accijns en verbruiksbelastingen / Algemeen
Douane (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Commissies Transfer Pricing en btw, Transfer Pricing en btw. De effecten van transfer pricing aanpassingen op de heffing van btw, Geschrift nr. 259 van de Vereniging voor Belastingwetenschap 2019, p. 30.
OESO-richtlijnen 4.39.
Commissies Transfer Pricing en btw, Transfer Pricing en btw. De effecten van transfer pricing aanpassingen op de heffing van btw, Geschrift nr. 259 van de Vereniging voor Belastingwetenschap 2019, p. 31-32.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De meest voorkomende verrekenprijsaanpassingen zullen op basis van de outcome testing approach (onderdeel 10.3.8) plaatsvinden door de belastingplichtige zelf.1 Gedurende het jaar of aan het einde van het jaar stelt de belastingplichtige vast dat de door hem gehanteerde prijzen niet zakelijk zijn. Hij kan daarop een verrekenprijsaanpassing maken. De belastingplichtige past daarbij zijn prijzen wel of niet feitelijk (commercieel) aan.
Indien de prijzen feitelijk (commercieel) niet worden aangepast en de aanpassing enkel tot gevolg heeft dat de winst zoals opgenomen in de aangifte winstbelasting zakelijk is, wordt gesproken over een compenserende correctie (onderdeel 10.3.7.2). Hiermee wordt in beginsel voorkomen dat de belastingautoriteiten een verrekenprijsaanpassing initiëren. De compenserende heffing wordt echter niet door alle OESO-leden geaccepteerd vanwege het onderscheid dat daarmee ontstaat tussen de gefactureerde prijzen en de prijzen die aan de belastingautoriteiten gerapporteerd worden.2 Indien de belastingplichtige het verschil tussen de winst zoals aangegeven en zoals in de commerciële stukken is opgenomen inzichtelijk wil maken, kan de belastingplichtige ervoor kiezen het verschil door boekingen (lees: een informele kapitaalstorting of verkapte dividenduitkering) in de fiscale boekhouding tot uiting te laten brengen. De Commissie Transfer Pricing en btw van de Vereniging voor Belastingwetenschap duidt deze fictieve transacties aan met de term secundaire transacties.3
Het kan ook zijn dat de belastingplichtige zijn prijzen feitelijk (commercieel) aanpast door nafacturering. Dit kan aan het einde van het jaar of tussentijds door de prijzen daadwerkelijk met terugwerkende kracht aan te passen door uitreiking van credit- of debetfacturen. Tevens kunnen tussentijds de prijzen vooruit worden gecorrigeerd (rolling forward). Het verschil tussen aanpassingen met terugwerkende kracht en aanpassing vooruit worden ook wel retroactieve respectievelijk prospectieve verrekenprijsaanpassingen genoemd. Bij prospectieve verrekenprijsaanpassingen zullen de verrekenprijzen gedurende een bepaalde periode in het boekjaar te hoog of laag zijn met het idee dat over de gehele linie een en ander zich uitmiddeld. Met andere woorden, in het geheel genomen zal op een juiste zakelijke winst worden uitgekomen ondanks de tussentijdse schommelingen. Indien na afloop van het boekjaar toch blijkt dat over het geheel genomen de daadwerkelijke winst niet zakelijk is, kan alsnog nafacturering plaatsvinden (retroactieve verrekenprijsaanpassing).
Indien de belastingplichtige door middel van een rolling forward en/of eindejaarscorrectie zorgt dat zijn winst over het gehele jaar genomen zakelijk is, hoeft in beginsel geen compenserende correctie plaats te vinden. Zoals toegelicht in onderdeel 10.3.4 moet de rolling forward en eindejaarcorrectie in beginsel op transactieniveau plaatsvinden aldus de OESO-richtlijnen, maar wordt in een beperkt aantal gevallen aggregatie toegestaan. In de praktijk is echter, zoals nader toegelicht in onderdeel 10.3.9, een trend waarneembaar waarbij verrekenprij(s)(zen)(aanpassingen) steeds vaker op product- en transactieniveau in plaats van op geaggregeerde wijze worden vastgesteld.