Bedrijfsopvolging bij natuurlijke personen
Einde inhoudsopgave
Bedrijfsopvolging bij natuurlijke personen (FM nr. 141) 2013/6.2.1.2.a:6.2.1.2.a Doorschuiving bij ontbinding huwelijksgemeenschap winstgenieter
Bedrijfsopvolging bij natuurlijke personen (FM nr. 141) 2013/6.2.1.2.a
6.2.1.2.a Doorschuiving bij ontbinding huwelijksgemeenschap winstgenieter
Documentgegevens:
Dr. Y.M Tigelaar-Klootwijk, datum 01-09-2013
- Datum
01-09-2013
- Auteur
Dr. Y.M Tigelaar-Klootwijk
- JCDI
JCDI:ADS350342:1
- Vakgebied(en)
Belastingrecht algemeen (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In paragraaf 4.2.3.2.b heb ik geconcludeerd dat de in art. 3.59, tweede lid, Wet IB 2001 opgenomen doorschuiffaciliteit niet kan worden gemist nu in het eerste lid van hetzelfde artikel een afrekenbepaling is opgenomen indien de huwelijksgemeenschap wordt ontbonden. Het artikel ziet op de ontbinding van de huwelijksgemeenschap bij leven en de ontbinding van de huwelijksgemeenschap als gevolg van het overlijden van de echtgenoot van de winstgenieter. Een afrekening bij ontbinding van de huwelijksgemeenschap is niet nodig omdat de winstgenieter de onderneming fiscaalrechtelijk geheel voor zijn rekening drijft (zie o.a. HR 9 december 1953, nr. 11 536, BNB 1954/ 9). De winstgenieter is ook bestuursbevoegd (art. 1:97, eerste lid, BW). Een doorschuifbepaling moet naar mijn mening daarentegen worden afgewezen als door overlijden van de niet-ondernemende echtgenoot diens aandeel in de onderneming (helft van de onderneming) overgaat op iemand anders dan de winstgenieter (zie uitgebreider paragraaf 4.2.3.2.b). Aan art. 3.59, tweede lid, Wet IB 2001 moet aldus de voorwaarde worden toegevoegd dat de bestanddelen van het vermogen van de onderneming moeten toekomen aan degene die vóór de ontbinding van de huwelijksgemeenschap de onderneming dreef. Dit geldt evenzo bij ontbinding van de huwelijksgemeenschap bij leven (met name door echtscheiding). Ook dan moet de voorwaarde worden gesteld dat de onderneming wordt voortgezet door degene die oorspronkelijk de onderneming dreef. Pas dan moet de belastingclaim die betrekking heeft op de helft van de onderneming kunnen worden doorgeschoven.
Tot slot pleit ik ervoor om in art. 3.59 Wet IB 2001 de mogelijkheid op te nemen om op verzoek af te rekenen (zie paragraaf 4.2.3.2.e).