De quasi-bestuurder in het rechtspersonenrecht
Einde inhoudsopgave
De quasi-bestuurder in het rechtspersonenrecht (VDHI nr. 174) 2022/4.7.6:4.7.6 De titulaire quasi-bestuurder
De quasi-bestuurder in het rechtspersonenrecht (VDHI nr. 174) 2022/4.7.6
4.7.6 De titulaire quasi-bestuurder
Documentgegevens:
mr. K. Frielink, datum 01-11-2021
- Datum
01-11-2021
- Auteur
mr. K. Frielink
- JCDI
JCDI:ADS631722:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Asser/Maeijer/Van Solinge & Nieuwe Weme 2-II (2009), nr. 423 en Assink/Slagter (2013), nr. 51.4, p. 926-927
Zie over de aansprakelijkheid van leidinggevenden De Valk (2009), nr. 3.2.
Murray (2016), p. 1793.
Vgl. bijvoorbeeld Rb Almelo 8 februari 2012, ECLI:NL:RBALM:2012:BV3132 (Weyl Beef Products) en Hof Amsterdam 27 juni 2017, JOR 2018/173 m.nt. Van Thiel (Janssen-Van Kesteren q.q./The 5).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De titulaire quasi-bestuurder (zie par. 3.5.6) is structureel belast met de (of een deel van de) bestuurstaak, maar is geen bestuurder in formele zin. Hij wordt in het kader van deze studie als te goeder trouw aangemerkt, omdat hij zijn taken uitoefent op basis van afspraken die hij met het formele bestuur heeft gemaakt. Hoewel door het formele bestuur veel taken aan een titulaire bestuurder kunnen worden overgedragen, functioneert hij onder verantwoordelijkheid van het bestuur, behoudt het formele bestuur ook zijn eigen verantwoordelijkheid, en is het nemen van bestuursbesluiten exclusief aan het formele bestuur voorbehouden.1 Indien de titulaire bestuurder tevens werknemer is, dan rust op hem de plicht van goed werknemerschap als bedoeld in art. 7:611 BW en art. 7A:1615d BWC.2 Die plicht is ook als een zorgplicht te beschouwen, maar van de werknemer jegens de werkgever (de rechtspersoon bij wie hij in dienst is). Die zorgplicht is van een meer beperkte strekking dan de zorgplicht die op het formele bestuur rust, ook al weten we niet op voorhand wat die precies inhoudt. De titulaire bestuurder kan ook op een andere juridische grondslag aan de rechtspersoon zijn verbonden, bijvoorbeeld in het kader van een overeenkomst van opdracht. Als opdrachtnemer moet hij bij zijn werkzaamheden de zorg van een goed opdrachtnemer in acht nemen (art. 7:401 BW), en wel jegens de opdrachtgever. Tot hoever deze zorgplicht zich uitstrekt hangt af van de aard van de overeenkomst en de omstandigheden van het geval.3 Dat zegt dus op zichzelf niet zoveel. Op het formele bestuur rust ook in dit geval de bestuurlijke zorgplicht, die zich uitstrekt tot derden. Van een op de titulaire bestuurder rustende bestuurlijke zorgplicht zou sprake kunnen zijn als de titulaire bestuurder (nagenoeg geheel) zelfstandig is belast met de leiding over (een deel van) de onderneming of organisatie van de rechtspersoon,4 of in het geval dat hij zich bestuurlijke taken toeëigent die buiten zijn opdracht vallen. Hij functioneert dan als quasi-bestuurder. Als sprake is van een bij derden bestaande gerechtvaardigde verwachting met de formele bestuurder te maken te hebben, althans met degene die het voor het zeggen heeft, dan is verdedigbaar dat op de titulaire quasi-bestuurder ook jegens hen de bestuurlijke zorgplicht rust, en dat derden hem, naast de rechtspersoon, op schending daarvan kunnen aanspreken.
Voor zover de titulaire bestuurder bestuurstaken uitoefent, dus handelingen verricht die niet slechts als uitvoerend zijn aan te merken, ligt het dus voor de hand aan te nemen dat op hem, gelijk op het formele bestuur, een zorgplicht rust. Gezien het feit dat in ons recht de zorgplicht zo’n prominente plaats inneemt als belangen van anderen in het geding zijn, ligt het niet voor de hand tot een ander oordeel te komen.