Einde inhoudsopgave
Waarderingsvragen in het ondernemings- en insolventierecht (O&R nr. 107) 2019/7.4.2
7.4.2 Openbare verkoop
mr. drs. S.W. van den Berg, datum 01-11-2018
- Datum
01-11-2018
- Auteur
mr. drs. S.W. van den Berg
- JCDI
JCDI:ADS614466:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Rb Breda 15 november 1994, KG 1995, 21; Adv.bl. 1995, p. 889; vgl. art. 474g Rv.
Art. 3:235 BW. Zonder toe-eigeningsverbod bestaat het risico dat de zekerheidsgerechtigde wordt bevoordeeld doordat de waarde van het verbonden goed de gesecureerde vordering overstijgt. Vgl. R. Verhagen, ‘Het vervalbeding bij pand en hypotheek. De interpretatie multiplex van het toe-eigeningsverbod (C. 8.34(35).3)’, Groninger Opmerkingen en Mededelingen, 2009, p. 85. Ten aanzien van de verkoop aan de pandhouder op grond van art. 3:251 lid 1 BW geldt dat de toevoeging “als koper” duidelijk maakt dat ook bij zo’n verkoop moet worden gehandeld alsof er een opbrengst is gerealiseerd, met de verplichting de overwaarde af te dragen (art. 3:253 BW). Vgl. F.M.J. Verstijlen, Algemene bepalingen pand en hypotheek, Monografieën BW, BII, Deventer: Wolters Kluwer 2013, p. 50.
Art. 469 lid 2 Rv.
P.A. Stein, GS Vermogensrecht, art. 3:250 BW, aant. 6.
De executoriale verkoop van een verpand goed moet in beginsel “in het openbaar” plaatsvinden.1 Hiervoor moet de zekerheidsgerechtigde de verkoop vooraf publiekelijk aankondigen zodat het publiek mee kan bieden. Tussen het moment van aankondiging en verkoop moet voldoende tijd liggen om als geïnteresseerde een bod uit te kunnen brengen.2 In de Wet ambtelijk toezicht bij openbare verkopen is (niet meer) bepaald (dan) dat openbare verkopingen van roerende zaken plaats moeten vinden ten overstaan van een notaris of deurwaarder.3 Strikt genomen is deze wet slechts van toepassing op roerende zaken en niet op openbare verkoop van vermogensrechten. Niettemin is het aan te bevelen de openbare verkoop van bijvoorbeeld aandelen (en niet alleen de levering van aandelen) ook plaats te laten vinden ten overstaan van een deurwaarder of notaris. De pandhouder is bij de openbare verkoop bevoegd mee te bieden en de verpande vermogensrechten zelf te verwerven.4 De wetgever acht dit niet in strijd met het toe-eigeningsverbod.5 Verder geldt voor de executoriale verkoop een regeling die vergelijkbaar is met de wettelijke regeling van de openbare verkoop die volgt op ‘executoriaal beslag op roerende zaken die geen registergoederen zijn’.6 Uit de wettelijke regeling volgt onder andere dat de deurwaarder bevoegd is te vorderen dat aan hem de door elke bieder geboden koopsom ter hand wordt gesteld en hij de koopsom onder zich mag houden, totdat de zaak is toegewezen.7 De deurwaarder kan hiervan afzien als een bieder zekerheid stelt, bijvoorbeeld in de vorm van een bankgarantie.8 In art. 474 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (“Rv”) is vervolgens ook bepaald dat de deurwaarder verantwoordelijk is voor de verkregen opbrengst en dat hij hieruit de kosten van executie voldoet.