De aansprakelijkheid op grond van een 403-verklaring
Einde inhoudsopgave
De aansprakelijkheid op grond van een 403-verklaring (IVOR nr. 122) 2021/4.5.8:4.5.8 Salaris van de curator
De aansprakelijkheid op grond van een 403-verklaring (IVOR nr. 122) 2021/4.5.8
4.5.8 Salaris van de curator
Documentgegevens:
mr. E.A. van Dooren, datum 01-01-2021
- Datum
01-01-2021
- Auteur
mr. E.A. van Dooren
- JCDI
JCDI:ADS250232:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Jaarrekeningenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Willems 1997, p. 17.
Bartman, Dorresteijn & Olaerts 2016, p. 203 (dit onderwerp wordt niet behandeld in Bartman, Dorresteijn & Olaerts 2020).
Zie § 4.4.2.
De compensatie voor een crediteur bestaat uit twee onderdelen: een vordering op de moedermaatschappij op grond van de 403-verklaring en de mogelijkheid om de geconsolideerde jaarrekening van de moedermaatschappij in te zien. Zie § 3.4.1.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Op grond van art. 1 Fw kan een schuldenaar die is opgehouden te betalen, op verzoek van een crediteur of op eigen aangifte failliet worden verklaard door een rechter. Indien een rechter op verzoek van een crediteur de 403-maatschappij failliet verklaart, valt het salaris van de curator in ieder geval niet onder de reikwijdte van de 403-aansprakelijkheid. Er is dan namelijk geen sprake van een rechtshandeling van de 403-maatschappij die ten grondslag ligt aan het faillissement en daarmee aan het salaris van de curator. Willems betoogt dat als de 403-maatschappij daarentegen op eigen aangifte failliet is verklaard, het salaris van de curator wel onder de reikwijdte van de 403-aansprakelijkheid valt.1 Hij wijst erop dat het aanvragen van het faillissement een rechtshandeling is van de 403-maatschappij. Als de rechter naar aanleiding van dit verzoek de 403-maatschappij failliet verklaart, heeft dat onder meer tot gevolg dat er een curator wordt aangesteld die recht heeft op salaris. Volgens Willems vloeit het salaris van de curator daarom voort uit het aanvragen van het eigen faillissement door de 403-maatschappij en kan de curator zijn salaris ook op de moedermaatschappij verhalen.
Bartman, Dorresteijn en Olaerts zijn het niet eens met Willems.2 Zij menen dat het salaris van een curator nooit onder de reikwijdte van de 403-aansprakelijkheid valt. Een andere uitkomst zou er volgens hen toe leiden dat er een niet te rechtvaardigen onderscheid ontstaat tussen faillissementen van 403-maatschappijen die zijn uitgesproken op verzoek van een crediteur, en die op eigen aangifte van de 403-maatschappij. Dit zou de moedermaatschappij ertoe kunnen aanzetten om te proberen te voorkomen dat zij aansprakelijk is voor het salaris van de curator door druk uit te oefenen op de 403-maatschappij om niet het eigen faillissement aan te vragen totdat de moedermaatschappij een beroep kan doen op de intrekking van de 403-verklaring3 of door zelf het faillissement van de 403-maatschappij aan te vragen – indien zij een vordering heeft op de 403-maatschappij.
Ik sluit mij aan bij het standpunt van Bartman, Dorresteijn en Olaerts. In aanvulling op de door hen genoemde argumenten, meen ik dat het salaris van een curator niet onder de reikwijdte van de 403-aansprakelijkheid valt omdat dit niet voortvloeit uit de rechtshandeling waarbij de 403-maatschappij haar faillissement aanvraagt, maar uit de wet – art. 1 Fw. Ik heb eerder opgemerkt dat een schuld uit een rechtshandeling voortvloeit als de wil van de crediteur ten aanzien van het ontstaan, de inhoud of het voortduren van de schuld zou kunnen zijn beïnvloed door inzicht in de jaarrekening van de 403-maatschappij – als de 403-maatschappij geen gebruik zou hebben gemaakt van de jaarrekeningvrijstelling van het groepsregime.4 Ik wijs erop dat een curator geen invloed heeft op de faillietverklaring van de 403-maatschappij noch op zijn benoeming als curator – hij heeft enkel de mogelijkheid om de benoeming te weigeren wegens conflicterende belangen. De benoeming van de curator en de daaruit voortvloeiende salarisvordering, zijn dus niet afhankelijk van een afweging van de curator op basis de jaarrekening van de 403-maatschappij. Om die reden hoeft de curator volgens het door mij bepleite uitgangspunt niet gecompenseerd te worden voor een gebrek aan inzicht met een aanvullende vordering op de moedermaatschappij.5