De autonomie van de leraar
Einde inhoudsopgave
De autonomie van de leraar (SteR nr. 64) 2024/4.8.2.4:4.8.2.4 Middelbaar beroepsonderwijs
De autonomie van de leraar (SteR nr. 64) 2024/4.8.2.4
4.8.2.4 Middelbaar beroepsonderwijs
Documentgegevens:
J.S. Buiting, datum 07-02-2024
- Datum
07-02-2024
- Auteur
J.S. Buiting
- JCDI
JCDI:ADS949504:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Artikel 7.4.6, tweede lid en lid 2a van de Web.
Artikel 7.4.8, vijfde lid, van de Web.
Zie artikel 7.4.2 van de Web.
Artikel 7.1.3, eerste lid van de Web.
Zie artikel 1.5.1 van de Web (Stb. 2015, 170).
Artikel 7.2.7, eerste lid van de Web.
Het kwalificatiedossier voor de Juridisch medewerker Zakelijke dienstverlening is raadpleegbaar via: https://kwalificaties.s-bb.nl/Details/Index/436?type=Kwalificatie&item_id=445084 [geraadpleegd op 13 maart 2022].
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het bevoegd gezag in het middelbaar beroepsonderwijs kan in de Oer regels stellen over onder meer het onderwijsprogramma, de examens en het verlenen van vrijstellingen.1 Het examen in het middelbaar beroepsonderwijs bestaat uit een instellingsexamen, centraal examen of een combinatie van beide. Het College voor Toetsen en Examens (CvTE) stelt de toetsen van het centraal examen op.2 Hij bepaalt daarnaast onder andere welke vorm deze toetsen hebben (bijvoorbeeld mondeling of schriftelijk), hoe de opgaven komen te luiden, hoeveel tijd de student heeft voor een bepaalde toets, welk normering gehanteerd dient te worden en hoe de toetsen nagekeken moeten worden. Er is voor het bevoegd gezag dan ook weinig ruimte om aanvullende regels te stellen over het centraal examen, dit is anders voor het instellingsexamen.
In de wet is niet in detail uitgewerkt welke regels het bevoegd gezag in de Oer dient vast te stellen over de examens. Wel bepaalt de wetgever dat de regels over het examen tijdig voor aanvang van de opleiding in de Oer vastgelegd moeten worden. Ook moet de student volledig en tijdig worden geïnformeerd over onder meer de examens. Er kan dan ook aangenomen worden dat de wijze van examineren, het moment van het afnemen van de verschillende examens en de te examineren stof in elk geval vastgelegd moet worden in de Oer. De studentenraad heeft instemmingsrecht op de wijze waarop onder meer informatie wordt gegeven over de planning en organisatie van de examens.3 Naast de regels die het bevoegd gezag vaststelt in de Oer, stelt de examencommissie regels vast over de goede gang van zaken tijdens het afnemen van de examens.4
Het bevoegd gezag kan niet geheel naar eigen inzicht in de Oer bepalen op welke wijze zijn studenten middels het instellingsexamen worden geëxamineerd. Het examen van een beroepsopleiding moet zich uitstrekken over een bepaalde kwalificatie en één of meer keuzedelen.5 In het van overheidswege vastgestelde kwalificatiedossier en in de keuzedelen is beschreven over welke bekwaamheden een afgestudeerde moet beschikken om een bepaald beroep uit te oefenen, door te stromen naar het vervolgonderwijs en om als burger te functioneren.6 De kwalificatiedossiers worden ontwikkeld door de Samenwerkingsorganisatie Beroepsonderwijs en Bedrijfsleven (SBB).7 In de SBB zijn zowel het beroepsonderwijs als het bedrijfsleven vertegenwoordigd.
Het kwalificatiedossier is de leidraad voor het onderwijs en het examen.8 Ter illustratie volgt een korte toelichting van wat het kwalificatiedossier van de Juridisch medewerker Zakelijke dienstverlening omvat. In het kwalificatiedossier is beschreven over welke beroepshouding de student dient te beschikken, wat zijn rol en verantwoordelijkheden zijn, met welke complexiteit hij te maken kan krijgen en of er wettelijke beroepsvereisten zijn.9 Vervolgens is per kerntaak van de juridisch medewerker specifiek beschreven wat de taak inhoudt, wat het gewenste resultaat is en over welke competenties de juridisch medewerker moet beschikken. Ten aanzien van deze competenties zijn de componenten uitgewerkt, wanneer hieraan voldaan wordt en over welke kennis en vaardigheden de juridisch medewerker moet beschikken. In het kwalificatiedossier is dan ook in detail bepaald wat de eindtermen zijn van de opleiding
Het bevoegd gezag kan niet zelf de eindtermen van de opleiding bepalen. Het moet er immers voor zorgen dat het instellingsexamen, samen met het centraal examen, de gehele kwalificatie en het keuzedeel beslaat. Het bevoegd gezag heeft wel een grote mate van beleidsruimte om in de Oer te bepalen hoe onder meer de instellingsexamens eruit zien, op welk moment de instellingsexamens worden afgenomen en welk onderwijs de student dan gevolgd moet hebben. De studentenraad heeft instemmingsrecht op de wijze waarop informatie wordt gegeven over de inhoud, planning en organisatie van het onderwijs en de examens.10