Einde inhoudsopgave
Douanewaarde in een globaliserende wereld (FM nr. 164) 2021/9.6.4.3
9.6.4.3 Gelijk speelveld
M.L. Schippers, datum 01-01-2021
- Datum
01-01-2021
- Auteur
M.L. Schippers
- JCDI
JCDI:ADS258645:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Accijns en verbruiksbelastingen / Algemeen
Douane (V)
Voetnoten
Voetnoten
Er zijn in de praktijk echter voorbeelden bekend waarbij derde partijen gebruik maken van het first-sale principe, zoals bijvoorbeeld in de kledingindustrie.
US International Trade Commission, Use of the ‘First Sale Rule’ for Customs Valuation of U.S. Imports Investigation No. 332-505 USITC Publication 4121, Dec. 2009. Zie ook onderdeel 9.4.5.
M. Perrick, P. Vander Schueren & M. Neville, ‘First Sale’ Under Severe Pressure in the EU, Practical Trade & Customs Strategies 3(6), p. 13–15.
M. Perrick, P. Vander Schueren & M. Neville, ‘First Sale’ Under Severe Pressure in the EU, Practical Trade & Customs Strategies 3(6), p. 15.
Het is aannemelijk dat in de regel alleen verbonden partijen een eerdere of eerste verkoop in aanmerking kunnen nemen (onderdeel 9.2). Toepassing van het first-sale principe brengt namelijk met zich dat de factuur van een eerdere of eerste verkoop overgelegd moet worden aan de importeur in een latere schakel in de verkoopketen.1 Het beschikbaar stellen van een factuur die toebehoort aan een eerdere of eerste verkoop, geeft een importeur inzicht in de marges van eerdere verkopen. Het komt minder vaak voor dat een marge wordt prijsgegeven aan een importeur, indien de betrokken partijen in de goederenketen niet-verbonden zijn. Een verschuiving van het first-sale principe naar een last-sale principe creëert in dat opzicht een level playing field tussen verbonden en niet-verbonden partijen en is daarmee neutraler en billijker. Daarbij komt dat in het midden- en kleinbedrijf vaker sprake zal zijn van internationale transacties tussen niet-verbonden partijen ten opzichte van multinationale ondernemingen die vaker internationale transacties tussen verbonden partijen zullen verrichten. Dat zou met zich brengen dat ondernemingen uit het midden- en kleinsegment minder eenvoudig een first-sale kunnen toepassen dan multinationale ondernemingen en zij in die zin gediscrimineerd worden. Ook hier zou een verschuiving naar het last-sale principe een level playing field creëren.
Perrick, Vander Schueren & Neville concluderen echter, mede op basis van een onderzoek van de US International Trade Commission2 naar de toepassing van de first-sale, dat voornoemde ongelijkheid tussen verbonden en niet-verbonden partijen enerzijds en multinationale ondernemingen en het midden- en kleinsegment anderzijds, op basis van beschikbare data van invoertransacties in de Verenigde Staten minder groot is dan theoretisch werd aangenomen.3 Zo worden non-disclosure overeenkomsten en andere interne controles gebruikt, om te voorkomen dat prijsmarges worden prijsgegeven, zodat ook niet-verbonden partijen gebruik kunnen maken van het first-sale principe. Daarnaast merken zij op dat:4
“[…] approximately 8.5 percent of U.S. importers (23,500 companies) took advantage of first sale; although this number cannot be dissected, such a large group must necessarily include a large number of SMEs.”
Gesteld kan derhalve worden dat het last-sale principe niet per se billijker is dan het first-sale principe. Tevens kan worden opgemerkt dat het first-sale past bij de tot voorkort gehanteerde handelspraktijken (zie ook onderdeel 9.5.5).