Einde inhoudsopgave
Uitbesteding van werk en (on)gelijke behandeling (MSR nr. 87) 2024/6.4.3.2
6.4.3.2 Geen inlenersketenregeling bij payrolling: gerechtvaardigd personeelsbeleid?
M.A.C. Keijzer, datum 01-01-2024
- Datum
01-01-2024
- Auteur
M.A.C. Keijzer
- JCDI
JCDI:ADS943496:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Doordat volgens de Werkwijzer Poortwachter payrollwerknemers in het eerste spoor niet bij andere opdrachtgevers mogen re-integreren, komt het ook in geval van payrolling in het eerste spoor aan op de re-integratiemogelijkheden in de onderneming van de inlener. Reële re-integratiemogelijkheden binnen de payrollonderneming zullen er immers niet zijn. Het juridisch werkgeverschap levert dus geen ruimere mogelijkheden tot ontzorging op dan wanneer de re-integratie door een ‘reguliere’ werkgever wordt uitbesteed aan een verzuim- of re-integratiespecialist. Zie over de re-integratiemogelijkheden bij payrolling par. 5.4.2-5.4.3. Zie over het juridisch werkgeverschap in relatie tot de ontzorging t.a.v. salarisadministratie: par. 4.4.3.1.
Gebleken is al dat het ontbreken van een beperking in de duur van de terbeschikkingstelling bij uitzenden geen gerechtvaardigd personeelsbeleid van het uitzendbureau is. Het ontbreken ervan bij payrolling kan dus alleen een gerechtvaardigd personeelsbeleid zijn vanwege de specifieke ontzorgingsfunctie van payrolling alsmede de specifieke kenmerken die payrolling van uitzenden doen onderscheiden: het exclusiviteitsvereiste en het ontbreken van de allocatiefunctie. De ontzorgende functie die payrollondernemingen binnen het huidige juridisch kader vervullen, kan ook worden vervuld zonder juridisch werkgeverschap.1 Salarisadministrateurs en verzuim- en re-integratie-specialisten bieden dergelijk ontzorging immers al lange tijd aan zonder dat zij juridisch werkgever zijn. Vanzelfsprekend kan de inlener nog steeds zelf werving en selectie doen, nu dat voorafgaand aan de totstandkoming van de opdrachtovereenkomst plaatsvindt en dus ruim voordat een inlenersketenregeling effect krijgt. Ook de exclusieve inlening komt niet onder druk te staan als een inlenersketenregeling wordt ingevoerd. Als de werknemer in dienst is van de inlener, zal de exclusiviteit gelijkelijk al dan niet beter geborgd zijn, nu de inlener als werkgever dan toestemming geeft voor nevenwerkzaamheden. Het ontbreken van een inlenersketenregeling is dus, gezien de aard en context van de activiteiten van de payrollonderneming en de gerechtvaardigde verwachtingen van inleners, niet noodzakelijk voor het bereiken van legitieme doelstellingen. Het is dus geen gerechtvaardigd personeelsbeleid van de payrollonderneming dat de payrollwerknemer geen aanspraak kan maken op een vast dienstverband bij de inlener zodra de inlening niet langer als tijdelijk beschouwd kan worden.
Aanbevolen wordt daarom een inlenersketenregeling in te voeren, inhoudende dat na drie jaar terbeschikkingstelling bij dezelfde inlener, de payrollwerknemer recht heeft op een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd met de inlener.
In hoeverre payrollwerknemers echter daadwerkelijk nadelen ondervinden van het feit dat zij een vast contract hebben met de payrollwerkgever en niet met de inlener, hangt af van de voorwaarden die gelden voor (tussentijdse) opzegging van de arbeidsovereenkomst door de payrollwerkgever.