De autonomie van de leraar
Einde inhoudsopgave
De autonomie van de leraar (SteR nr. 64) 2024/5.3.8.2:5.3.8.2 Intrekken of niet uitreiken van een diploma of graad
De autonomie van de leraar (SteR nr. 64) 2024/5.3.8.2
5.3.8.2 Intrekken of niet uitreiken van een diploma of graad
Documentgegevens:
J.S. Buiting, datum 07-02-2024
- Datum
07-02-2024
- Auteur
J.S. Buiting
- JCDI
JCDI:ADS949422:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Rechtbank Zutphen 15 augustus 2018, ECLI:NL:RBZUT:2008:BE2724. Zie over deze zaak ook Huisman 2020, p. 68.
Paijmans 2013, p. 428.
Zoontjens 2015, p. 166.
CBHO 17 juli 2017, 2016/257.
Artikel 7.11, tweede lid, van de Whw.
Zoontjens 2015, p. 169.
Rechtbank Den Haag 4 november 2013, ECLI:NL:RBDHA:2013:14531.
Artikel 7.12c van de Whw. Zie over de vraag of de examencommissie in plaats van de examinator een tentamen mag beoordelen uitgebreider § 4.8.3.
Rechtbank Rotterdam 21 augustus 2023, ECLI:NL:RBROT:2023:7391.
Artikel 5.17 van de Whw.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Naast intrekking van een examen komt het soms ook voor dat een diploma of graad niet wordt uitgereikt of ingetrokken. In 2008 oordeelde de rechtbank Zutphen bijvoorbeeld dat geen diploma uitgereikt hoefde te worden aan een leerling aan wie abusievelijk was medegedeeld dat hij geslaagd was voor het eindexamen.1 Hoewel het tekortschieten van het bevoegd gezag bij de beoordeling van een examen kan leiden tot schadevergoeding, kan dit niet leiden tot het alsnog uitreiken van het diploma.2 Het verstrekken van diploma’s waarvan niet vaststaat dat aan de gestelde eisen is voldaan, kan tot gevolg hebben dat in de maatschappij aan deze diploma’s steeds minder waarde wordt toegekend. Een beroep op het vertrouwensbeginsel kan dan ook niet leiden tot het verstrekken van een diploma.3
In bepaalde gevallen kan een diploma ingetrokken worden als later blijkt dat de student niet aan de eisen voor het diploma heeft voldaan. Zo oordeelde het CBHO in 2016 dat een diploma ingetrokken mocht worden toen later bleek dat, anders dan de gegevens uit de administratie lieten zien, de afstudeeropdracht van de student met een onvoldoende was beoordeeld.4 De student was hiervan op de hoogte, de onvoldoende was vermeld op het resultatenformulier en in verschillende e-mails. Het had voor de student dan ook duidelijk moeten zijn dat de voldoende die was opgenomen in de administratie een kennelijke vergissing was, temeer nu de vereiste verdediging van de afstudeeropdracht in het geheel niet had plaatsgevonden. Het CBHO oordeelt dat de examencommissie het diploma mocht intrekken, gelet op haar taak om op objectieve en deskundige wijze vast te stellen of een student voldoet aan de voorwaarden om een diploma te ontvangen. De Whw geeft de examencommissie een dergelijke bevoegdheid niet expliciet. Het CBHO leidt dan ook een impliciete intrekkingsbevoegdheid af uit de bevoegdheid van de examencommissie om het diploma te verstrekken.5
Zoontjens schrijft dat het intrekken van diploma’s nauw luistert, nu het bevoegd gezag daarbij terugkomt op wat eerder is gegeven.6 Daarbij kan het vertrouwens- en rechtszekerheidsbeginsel in het geding komen. In de hiervoor beschreven casus was daarvan geen sprake. De student wist immers dat met het uitreiken van een diploma een kennelijke vergissing was begaan. Dit was anders in de § 4.8.4 beschreven zaak aan de hogeschool Inholland.7 In casu had de student aan alle eisen voldaan om voor een diploma in aanmerking te komen, maar weigerde de hogeschool het diploma uit te reiken, omdat de kwaliteit van de opleiding niet aan de maat was. De gebrekkige kwaliteit van de opleiding kon de student echter niet worden tegengeworpen, bovendien was niet de examencommissie maar de examinator bevoegd om de uitslag van een tentamen aan te passen.8 Nu van aanpassing van de tentamenuitslag geen sprake was, moest het diploma uitgereikt worden.
Uit een zaak uit 2023 blijkt dat in bepaalde gevallen een reeds verstrekte graad, zoals bachelor of master, ingetrokken kan worden als de opleiding niet geaccrediteerd blijkt te zijn.9 In deze zaak had de student in kwestie een masteropleiding aan de Open Universiteit afgerond en hiervoor een diploma met een graad ontvangen. De graad Mba mocht hij hierdoor voeren in zijn naamsvermelding. Achteraf bleek echter dat de betreffende opleiding niet was geaccrediteerd. Dit is echter een voorwaarde voor de universiteit om een graad te mogen uitreiken.10 De student kwam bij de bestuursrechter op tegen de intrekking van zijn graad. De rechtbank stelde vast dat uit de Whw geen bevoegdheid blijkt om een graad in te trekken. Wel heeft een bestuursorgaan, zoals een universiteit, in beginsel de bevoegdheid om een onjuist besluit in te trekken. Die intrekking moet voldoen aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. De rechtbank stelt verder vast dat de verstrekte graad niet gelegaliseerd kan worden, omdat de wetgever beoogd heeft een strikt stelsel van beschermde graden in te stellen. De bestuursrechter oordeelt dat dit zwaarder weegt dan de rechtszekerheid van de student. De graad mocht dan ook ingetrokken worden. Wel merkt de rechtbank op dat de universiteit en student moeten bezien hoe dit gecompenseerd kan worden.
Uit het voorgaande blijkt dat als achteraf wordt vastgesteld dat een student niet aan de eisen voor een diploma heeft voldaan, dit diploma niet uitgereikt hoeft te worden of zelfs ingetrokken kan worden. Bij intrekking speelt de rechtszekerheid van de student een belangrijke rol. Als de student had kunnen weten dat het diploma onterecht was verstrekt, dan zal intrekking doorgaans mogelijk zijn. Had de student dit niet kunnen weten, dan slaagt een beroep op het rechtszekerheidsbeginsel echter ook niet altijd. Het beschermen van de integriteit van het diploma – en het vertrouwen dat de maatschappij hierin moet kunnen hebben – kan zwaarder wegen dan het belang van de leerling bij het behoud van zijn diploma. Wel kan de leerling in dat geval een schadevergoeding eisen van de school voor de studievertraging die hij oploopt of de inkomsten uit werk die hij misloopt.