Einde inhoudsopgave
Burgerschap op orde (SteR nr. 66) 2024/9.9.2
9.9.2 Aard en vormgeving van de burgerschapsopdracht
Th.E.M. Wijte, datum 08-01-2024
- Datum
08-01-2024
- Auteur
Th.E.M. Wijte
- JCDI
JCDI:ADS977100:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Staatsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. De Winter, ’Democratische opvoeding versus de code van de straat’, in: Ibid., SWP 2006.
Ritzen 1992; Vedder & Veugelers 1999, p. 9.
Woldring 2000, p. 231 e.v., 241, noot 2. Bedoeld zijn de klassieke en sociale grondrechten, waarbij de vrijheid van godsdienst een gegeven is en de vrijheid van geloven of denken mét het menszijn zijn gegeven.
Biesta e.a. (red.) 2002, p. 93-108.
Vgl. voor les in empathie: K. van Setten, ‘Een nieuw schoolvak: psychologie’, Trouw 13 december 2018, p. 24 (‘Als er iets in lessen psychologie kan worden gekweekt, is het empathie, dé bouwsteen voor een wereld waarin men luistert en de ander als ander aanvaardt’). Dit vak bestaat in Zwitserland, Engeland, België en Australië. In Finland is het verplicht.
´Burgemeester Th.E.M. Wijte, ‘Staatsrechtelijke kennis noodzakelijk’, Zenderstreeknieuws, 2 december 1998; Van der Ven 1985, p. 110, Wijte 2005, p. 47-60, I. de Groot, ´Hoe word je een democratisch burger?’, Pedagogiek 2010, 1, p. 58, R de Wijk, ´Lesje in staatsrecht helpt tegen afbraak van essentiële taken, Trouw 10 mei 2013. M. Neuteboom, ‘Bonum commune’, Bestuursforum, september 2016, p. 28-29, Buijs 2017, p. 135, M. ten Hooven 2018 en S. van Bijsterveld, Food for thought over de staat van de democratie, Boek & Cultuur, CDV Lente 2018, p. 130-132.
Artikelen 12 en 13 Wpo, 21 en 22 Wec en 2.99 en 2.92 Wvo 2020; Bron 2006 en 2009 en Peschar e.a. (red.) 2010, p. 9-10.
Klaassen & Huwaë 2006, p. 70 e.v.; vgl. Rapport, MLK. Meetinstrumenten voor sociale competenties, metacognitie en advanced skills, Amsterdam: Kohnstamminstituut 2013 en G. Ledouz e.a, ‘Hoe meet je of een leerling goed kan samenwerken?’, Didactief 2014, 5, p. 48-49.
G. ten Dam e.a., ´Burgerschapscompetenties: de ontwikkeling van een meetinstrument´, PS 2011, p. 313-333.
Gemmeke 1998, p. 48, noot 11.
H. Daemen & J. Thomassen, ´Afstand tussen burgers en overheid’, in: A. Hoogerwerf (red.) 1993, p. 218 e.v.; vgl. Dekker, CDV Winter 2017, p. 57-64.
Vgl. M. Adams e.a., ´Over de voorwaarden van democratie en het herstel van de vertrouwensrelatie tussen burger en overheid´, in: Dijkman e.a. (red.) 2014, p. 74-84.
Dekker, CDV Winter 2017, p. 58.
Ibid., p. 212-213, Castenmiller 2002, P. van Tongeren, ‘De mensen in het land: over de rol van morele waarden in de politiek’, CDV Herfst 2013, p. 79 en G. Buijs, ´Een Dutch dream als antwoord op kosmopolitisme, nationalisme en ´tilmantisering?´, CDV Winter 2017, p. 135.
Vgl. Buijs 2017, p. 135; Hendriks 2006, p. 10, Buma 2017 en M. Janssens & M. Neuteboom, ’In gesprek met S. Buma: ´Ook voor het CDA geldt dat we de pijn van mensen beter moeten begrijpen’, CDV Winter 2017, p. 121-122.
Vgl. Kennisbasis godsdienst/levensbeschouwing RK, Utrecht: VKLO 2014.
Peschar & Wesselingh 1995, p. 229; Kloek e.a. 2002, P. van den Broek, 'Participatiesamenleving´, Radboudmagazine, 2013, 38, p. 25, G. Karssenberg, ’De Mistery burger (recensie)’, Bestuursforum 2014, 6/7, p. 22-23, R. Rustema, ’Iedereen moet minister kunnen zijn’, Trouw 13 oktober 2015 en R. de la Rive Box, Angst doet democratie de das om´, Trouw 26 februari 2018, p. 21.
Hirsch Ballin 2013, p. 2.
H. Salm, ´Democratie moet je oefenen in de klas´, Trouw 7 september 2009.
Algemene vorming
Het blijft de vraag hoe de wetgever burgerschapsvorming dient vorm te geven. Waarop zou het accent moeten liggen? In het bijbrengen van gedeelde kernwaarden en -normen is burgerschapsvorming deel van algemene vorming. Deze vorming krijgt vorm en inhoud in een dynamisch en tijdgebonden onderwijsleerproces. Burgerschap is geen gestold, maar een dynamisch begrip.1 De pedagogische opdracht vraagt steeds nieuwe pedagogische inzichten.2 In de postmoderne samenleving vraagt het werken aan algemene vorming, volgens Woldring, ‘een versterking aanbrengen van het moreel en staatsburgerlijk bewustzijn als een voorwaarde voor de verankering van de civil society en de democratie. Politiek of staatsburgerschap krijgt er in toenemende mate mede vorm door’.3 De opvoeders moeten er daarom aan bijdragen om de leerlingen te leren aan de eisen van het (staats)burgerschap in de plurale samenleving te voldoen en er medeverantwoordelijkheid voor te nemen.4
De benadering van Putnam over ‘de ingroei in de groep en de gemeenschap’ staat me hierbij voor ogen.5 Het accent ligt op de staatkundige en de algemene, sociale en identiteitsvormende aspecten. Het onderwijs kan ten behoeve van de bevordering van burgerschap daarom het beste twee aspecten omvatten: (a) de kennis van de beginselen van de democratische rechtsstaat en de plurale samenleving, rechten, plichten en mensen- en kinderrechten, en (b) het respect voor elkaar en betrokkenheid bij de bevordering van het bonum commune.6 (artikel 12, 13 en 16 Wpo, 21, 22 en 27 Wec en 2.88 en 2.92 Wvo 2020).7 Dat vraagt monitoring van het verwervingsniveau van democratische basishoudingen door leerlingvolgsystemen en meetinstrumenten.8 Ten Dam e.a. hebben toetsinstrumenten ontwikkeld voor de competentieniveaus.9
Actief kiesrecht leren gebruiken
Een belangrijke kern van de kennisbasis burgerschap is het leren gebruiken van het kiesrecht. Veelal is een tegenvallende opkomst bij de verkiezingen nodig om politici ertoe te brengen naar de oorzaken te zoeken van deze tegenvallende opkomst.10 Die zijn veelal verrassend snel gevonden. Zo zou het politieke bedrijf de kiezer niet interesseren.11 De politiek zou gewoonweg te ver van de kiezer afstaan.12 Er zou een kloof zijn tussen de kiezer (‘de hardwerkende Nederlander’)13 en de (Haagse) politiek.14 Desalniettemin vraagt de kloof tussen burger en bestuur om een nadere verklaring.15 Waarbij het nog maar de vraag is of burgerschapsvorming, voorzien van een kennisbasis16, deze (hardnekkige) kloof kan verkleinen.17 Niettemin zijn er ook nog andere oorzaken, zoals het gebrek aan kennis in de samenleving en ten dele in het parlement van de functie en werking van de democratische rechtsstaat.18 Dit kan deels worden opgelost door leerlingen adequaat over burgerschap te leren.19