Rechtsverwerking en klachtplichten in het verbintenissenrecht
Einde inhoudsopgave
Rechtsverwerking en klachtplichten in het verbintenissenrecht (R&P nr. CA28) 2024/2.5.3.4:2.5.3.4 Schuldeisersverzuim
Rechtsverwerking en klachtplichten in het verbintenissenrecht (R&P nr. CA28) 2024/2.5.3.4
2.5.3.4 Schuldeisersverzuim
Documentgegevens:
H. Boom, datum 28-06-2024
- Datum
28-06-2024
- Auteur
H. Boom
- JCDI
JCDI:ADS973594:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Lock, Schuldeisersverzuim (Mon. BW nr. B32c), 2023/3.
Lock, Schuldeisersverzuim (Mon. BW nr. B32c), 2023/4.
Ernst 2022, par. 293 BGB, nr. 1-2; zie ook Fikentscher & Heinemann, 2018 par. 8 onder 5, par. 16, II 2 en voorts C.E.C. Jansen 1998, p. 115 e.v.; zie tot slot voor een overzicht van oudere Duitse literatuur C.E.C. Jansen 1998, p. 120-121.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In par. 2.5.2.4 hiervoor constateerde ik al dat de medewerkingsplicht die ten grondslag ligt aan schuldeisersverzuim naar Nederlands en Duits recht zowel voorkomt in de vorm van een niet-afdwingbare Obliegenheit als een afdwingbare verbintenis. Dat heeft tot gevolg dat ook de sanctie op schending van deze plicht kan verschillen. Naar Nederlands recht geldt als heersende leer dat schending van een niet-verbintenisrechtelijke medewerkingsplicht in het kader van schuldeisersverzuim niet resulteert in schadeplichtigheid,1 terwijl schending van een verbintenisrechtelijke variant een tekortkoming oplevert en de wederpartij daarmee de remedies biedt die daarbij horen, waaronder een schadevergoedingsvordering.2 Ook naar de heersende Duitse opvattingen wordt onderkend dat de aan schuldeisersverzuim ten grondslag liggende ‘Mitwirkungsobliegenheit’ van kleur kan verschieten naar een verbintenis en daarmee de weg naar andere sancties dan beperking van schuldeisersrechten opent. Het hybride karakter van deze medewerkingsplicht wordt derhalve ook in Duitsland naar de heersende leer onderkend.3