Einde inhoudsopgave
Onafhankelijkheid van de rechter (SteR nr. 3) 2011/4.3.1
4.3.1 Inleiding
mr. dr. P.M. van den Eijnden, datum 01-10-2010
- Datum
01-10-2010
- Auteur
mr. dr. P.M. van den Eijnden
- JCDI
JCDI:ADS493775:1
- Vakgebied(en)
Juridische beroepen / Rechter
Staatsrecht / Rechtspraak
Voetnoten
Voetnoten
R. Kranenburg, Het Nederlands staatsrecht, Haarlem: H.D. Tjeenk Willink & Zoon 1958, p. 295-296. Volgens Montesquieu was het juist niet gewenst dat de rechtsprekende macht werd toegekend aan een rechtbank die permanent zitting hield. Kranenburg leest in het volgende citaat van Montesquieu de verdediging van juryrechtspraak: ‘La puissance de juger ne doit pas être donnée à un sénat permanent, mais exercée par des personnes tirées du corps du peuple dans certains temps de l’année, de la manière prescrite par la loi, pour former un tribunal qui ne dure qu’autant que la nécessité le requiert. De cette façon, la puissance de juger, si terrible parmi les hommes n’étant attachée ni | un certain état, ni à une certaine profession, devient, pour ainsi dire, invisible et nulle. On n’a point continuellement des juges devant les yeux; et l’on craint la magistrature et non pas les magistrats.’ (Montesquieu, Esprit des Lois, XI, 6; ed. Derathé, I, p. 170).
Kamerstukken II 1979/80, 16 162, nr. 3, p. 4 (Nng, deel 23, p. 8).
Overigens is het vaak aan de lezer om te beoordelen of een auteur het heeft over de functie rechterlijke macht of het orgaan rechterlijke macht, hetgeen tot verwarring kan leiden.
De Grondwet is altijd uitgegaan van een korps van permanente rechterlijke ambtenaren, een rechterlijke ‘macht’ in de zin van een vast orgaancomplex.1 Met het begrip ‘rechterlijke macht’ kan men naast een ‘orgaan’ ook een ‘functie’ aanduiden. Vroegere grondwetten gebruikten de term in beide betekenissen. Zo kon men in de grondwettelijke terminologie stellen dat de rechterlijke macht (als functie) voor een belangrijk deel werd uitgeoefend door de rechterlijke macht (als orgaan).2 In de huidige Grondwet wordt het begrip nog uitsluitend gebruikt als aanduiding van het orgaancomplex. Wat dat betreft is er sprake van een verduidelijking. Die dubbele betekenis heeft er logischerwijs toe geleid dat oudere grondwetscommentaren ingaan op beide aspecten van het begrip rechterlijke macht.3 Vooral waar het gaat om de vraag hoe de functie rechtspraak (‘rechterlijke macht’) zich verhoudt tot de andere overheidsfuncties zijn de beschouwingen tamelijk theoretisch van aard. De discussie bij de grondwetsherziening van 1983 spitste zich veel meer toe op de vraag welke gerechten deel uit moeten maken van de rechterlijke macht. Hierna komen beide betekenissen aan bod, maar zal de nadruk – gezien de huidige betekenis – liggen bij de rechterlijke macht als orgaan.