De acting in concert-regeling inzake het verplicht bod op effecten
Einde inhoudsopgave
Acting in concert-regeling inzake verplicht bod op effecten (VDHI nr. 136) 2016/3.5.3.1:3.5.3.1 Inleiding
Acting in concert-regeling inzake verplicht bod op effecten (VDHI nr. 136) 2016/3.5.3.1
3.5.3.1 Inleiding
Documentgegevens:
J.H.L. Beckers, datum 01-01-2016
- Datum
01-01-2016
- Auteur
J.H.L. Beckers
- JCDI
JCDI:ADS365103:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Advocaat-Generaal Bot noemt er zes in zijn conclusie voor HvJ EU 19 januari 2010, ECLI:EU:C:2010:21, NJ 2010, 256 m.nt. Mok (Kücückdeveci), punten 59-65. Vgl. De Waele/Kieft 2010, p. 172, Craig 2009, p. 349 e.v. en Prechal 2005, p. 261-270.
Aldus Craig/De Burca 2011, p. 211-213 en Asser/Hartkamp 3-I* 2015/17 en 158.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het hiervoor genoemde uitgangspunt dat een richtlijn geen horizontale werking heeft, is inmiddels op een aantal punten genuanceerd.1 In dat geval wordt ook wel van de facto of indirecte2 horizontale werking gesproken. Ik beperk mij hieronder tot indirecte horizontale werking als gevolg van de verplichting tot richtlijnconforme interpretatie (§ 3.5.3.2) en de algemene beginselen van EU-recht (§ 3.5.3.3).