Einde inhoudsopgave
Art. 2:11 BW, doorgeefluik van bestuurdersaansprakelijkheid (IVOR nr. 106) 2017/2.2.2
2.2.2 Korte opmerking over de historie van de rechtspersoon-bestuurder
mr. C.E.J.M. Hanegraaf, datum 25-06-2017
- Datum
25-06-2017
- Auteur
mr. C.E.J.M. Hanegraaf
- JCDI
JCDI:ADS303636:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Aansprakelijkheid
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Zie ook: Van der Heijden en Van der Grinten 1976, p. 110.
Van der Heijden en Van der Grinten 1992, nr. 61.2. Zie ook: De Groot 2011, p. 141. Heyning 1981, p. 185 merkt ten aanzien van art. 2:4a (oud) BW op dat de MvT duidelijk maakt dat een wettelijk verbod voor rechtspersonen om bestuurder (of commissaris) te zijn niet wenselijk werd geacht.
(Gewijzigd) voorstel van de Europese Commissie voor een vijfde richtlijn met betrekking tot de structuur van de naamloze vennootschap alsmede de bevoegdheden en verplichtingen van haar organen, ingediend 19 augustus 1983, Pb. 9 september 1983, C 240/2 en nader gewijzigd in Pb. 11 januari 1991, C 7/4. Het voorstel is in 2001 ingetrokken (Pb. 2004,C 5/20).
Artt. 5 en 21.
Van der Burg 1979, p. 263-266.
Zie daarover kort: Wezeman 1998, p. 362-364.
In de wetsgeschiedenis wordt erkend dat voor de functie van bestuurder een persoonlijke taakvervulling beter past in het systeem van ons rechtspersonenrecht dan vervulling van die functie door een rechtspersoon.1 Met een persoonlijke taakvervulling wordt in dat kader bedoeld een taakvervulling door een natuurlijk persoon. De figuur van de rechtspersoon-bestuurder is echter door de wetgever toegelaten, aangezien aan die figuur in concernverhoudingen en in joint ventures behoefte kan bestaan.2
Het niet meer actuele gewijzigde ontwerp-Vijfde Richtlijn inzake vennootschapsrecht handelt over de figuur van de rechtspersoon-bestuurder.3 In dat voorstel wordt bepaald dat alleen natuurlijke personen lid kunnen zijn van “het orgaan van bestuur” van een naamloze vennootschap.4 Ook in de literatuur is geageerd tegen invoering van de figuur van de rechtspersoon-bestuurder. Eén van de critici van de rechtspersoon-bestuurder was Van der Burg. Naar de mening van Van der Burg dienen de praktische voordelen van een rechtspersoon-bestuurder in concernverband het af te leggen tegen het beginsel dat een bestuurder van een rechtspersoon persoonlijk aansprakelijk gesteld moet kunnen worden ter zake de vervulling van zijn bestuurstaak. Ook stelt Van der Burg dat het – vanuit het perspectief van het voorkomen van misbruik van de N.V.- of B.V.-vorm – van groot belang is dat de regel wordt ingevoerd dat alleen een natuurlijk persoon bestuurder van een rechtspersoon kan zijn.5
In dit onderzoek ga ik niet verder in op de geschiedenis van de figuur van de rechtspersoon-bestuurder.6