Einde inhoudsopgave
De kosten van de enquêteprocedure (VDHI nr. 177) 2022/2.7.3
2.7.3 Termijn voor zekerheidstelling en het uitblijven van zekerheidstelling
mr. P.H.M. Broere, datum 12-05-2022
- Datum
12-05-2022
- Auteur
mr. P.H.M. Broere
- JCDI
JCDI:ADS652129:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
HR 26 juni 2009 (r.o. 3.4), NJ 2011/211, m.nt. W.J.M. van Veen; JOR 2009/193, m.nt. J.J.M. van Mierlo (KPNQwest).
HR 26 juni 2009 (r.o. 3.4), NJ 2011/211, m.nt. W.J.M. van Veen; JOR 2009/193, m.nt. J.J.M. van Mierlo (KPNQwest).
Zie bijv. OK 17 februari 2006, ARO 2006/42 (Decidewise); OK 26 maart 2013, ARO 2013/80 (Van Lier-Van der Lans); OK 21 juni 2013, ARO 2013/112 (Eye Center Europe-Nijmegen).
HR 26 juni 2009 (r.o. 3.4), NJ 2011/211, m.nt. W.J.M. van Veen; JOR 2009/193, m.nt. J.J.M. van Mierlo (KPNQwest).
Zie bijv. OK 16 maart 2012, ARO 2012/45 (Cerflex International); OK 21 juni 2013, ARO 2013/112 (Eye Center Europe-Nijmegen).
Zie bijv. OK 11 mei 2012, ARO 2012/88 (iBiz); OK 10 oktober 2013, ARO 2013/165 (Global Green).
OK 21 oktober 1999, JOR 2000/5 (Navemar); OK 27 december 2010, ARO 2011/7 (Meepo).
Zie bijv. OK 22 december 2011 (r.o. 2.1-2.2), ARO 2012/11 (P. Theunissen Holding); OK 6 mei 2013 (r.o. 2.1), ARO 2013/94 (Casino’s van Oranje); OK 21 juni 2013, ARO 2013/112 (Eye Center Europe-Nijmegen); OK 10 oktober 2013 (r.o. 2), ARO 2013/165 (Global Green).
Het staat de Ondernemingskamer op grond van art. 616 lid 3 sub a Rv vrij een termijn te bepalen waarbinnen zekerheid moet worden gesteld. De Ondernemingskamer kan beëindiging van de procedure daarvan afhankelijk stellen om voor partijen duidelijkheid te verkrijgen over of de enquêteprocedure en het bevolen onderzoek doorgang kunnen vinden.1 De Ondernemingskamer stelt doorgaans geen termijn waarbinnen zekerheidstelling moet plaatsvinden. Wordt geen termijn bepaald, dan zal de onderzoeker de rechtspersoon een redelijke termijn moeten gunnen om over te gaan tot zekerheidstelling, alvorens hij zich wendt tot de Ondernemingskamer. De Ondernemingskamer zou er mijns inziens goed aan doen steeds een termijn waarbinnen zekerheidstelling moet plaatsvinden te bepalen. Zij kan bij de toewijzing van het enquêteverzoek – en de door mij gewenste toekenning van een beperkt budget aan de onderzoeker voor het opstellen van de begroting, waarover par. 2.5.2.3.4 – eenvoudigweg een termijn stellen voor zekerheidstelling. Dat de onderzoeker op dat moment nog niet is benoemd, doet daaraan niets af.
Voorheen werd steeds een termijn voor zekerheidstelling van veertien dagen geboden.2 Een standaardtermijn valt echter niet langer te geven, nu volgens de Hoge Raad de termijnstelling moet worden beoordeeld aan de hand van de omstandigheden van het geval, waaronder de aard en het belang van het onderzoek, alsmede de ingewikkeldheid en urgentie daarvan.3
Het gebruik van een termijn voor zekerheidstelling kan het verloop van de enquêteprocedure bespoedigen. Stelt de rechtspersoon niet of niet binnen de gestelde termijn zekerheid, en gaat ook een directe financier hier niet vrijwillig toe over, dan kan de onderzoeker executoriaal beslag leggen. Dat zal voor de onderzoeker echter steeds kosten – die wel kwalificeren als kosten van het onderzoek, zie par. 2.4.3.4.3 – met zich brengen, waarvan onduidelijk is of die kosten kunnen worden voldaan. Het is dan ook maar de vraag of de onderzoeker hiertoe zal overgaan. Mij zijn daarvan in ieder geval geen voorbeelden bekend.
De Ondernemingskamer kan met de inzet van onmiddellijke voorzieningen in het belang van het onderzoek nog wel trachten zekerheidstelling af te dwingen, bijvoorbeeld door de schorsing van een bestuurder die weigert over te gaan tot zekerheidstelling. Zie hierover nader par. 6.2.4. Ook mogelijk is dat de Ondernemingskamer anderen dan de rechtspersoon in de gelegenheid stelt vrijwillig zekerheid te stellen voor de kosten van het onderzoek. De Ondernemingskamer kan anderen dan de geënquêteerde rechtspersoon mijns inziens niet verplichten tot het stellen van zekerheid, zie par. 6.4.3.
Blijft zekerheidstelling uit, dan kan de Ondernemingskamer de onderzoeker op diens verzoek ook ontheffen uit zijn taak.4 De secretaris van de Ondernemingskamer zal partijen in dat geval in de gelegenheid stellen zich uit te laten over het verzochte en over de mogelijkheden tot financiering van de kosten van het onderzoek (en de beloning van OK-functionarissen). De Ondernemingskamer kan een termijn stellen om anderen dan de rechtspersoon de gelegenheid te bieden zich uit te laten over te stellen zekerheid voor de kosten van het onderzoek.5 Uit diverse beschikkingen van de Ondernemingskamer blijkt hier wel van een (per schrijven of bij beschikking) gestelde termijn, die varieert van vijf6 tot zeventien dagen.7 Niet steeds wordt een termijn geboden, althans blijkt dat niet uit de beschikking van de Ondernemingskamer.
De Ondernemingskamer kan partijen uitdrukkelijk een termijn stellen waarbinnen zekerheid moet zijn gesteld om het onderzoek doorgang te kunnen laten vinden. Voor zover mij bekend gebeurde dat enkel in Navemar en Meepo, waarin daartoe een termijn van veertien respectievelijk vijfentwintig dagen werd geboden.8 Doorgaans hoeven partijen binnen de gestelde termijn enkel aan te geven dat zij wensen over te gaan tot zekerheidstelling voor de kosten van het onderzoek; zij hoeven niet binnen de gestelde periode daadwerkelijk zekerheid te stellen. Het komt mij wenselijk voor dat de Ondernemingskamer partijen nadat zij hebben aangegeven de kosten van het onderzoek te willen financieren ook een termijn stelt om (overigens eveneens vrijwillig) zekerheid te stellen. Blijft zekerheidstelling dan alsnog uit, dan kan de Ondernemingskamer het onderzoek ambtshalve beëindigen. Is aannemelijk dat zekerheidstelling voor de kosten van het onderzoek uitblijft en reageren partijen niet of afwijzend, dan kan de Ondernemingskamer de enquêteprocedure ambtshalve beëindigen.9