Einde inhoudsopgave
Fiscale geheimhoudingsplicht: art. 67 AWR ontrafeld (FM nr. 168) 2021/3.6.4
3.6.4 De inperking van het ontheffingenstelsel (vanaf 2008)
Dr. B.M. van der Sar, datum 05-05-2021
- Datum
05-05-2021
- Auteur
Dr. B.M. van der Sar
- JCDI
JCDI:ADS285337:1
- Vakgebied(en)
Invordering / Algemeen
Fiscaal bestuursrecht / Informatieverplichting
Invordering / Inlichtingenverplichting
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Fiscaal bestuursrecht / Bezwaarfase
Voetnoten
Voetnoten
MvT, Kamerstukken II 2005/06, 30 322, nr. 3, blz. 19.
MvT, Kamerstukken II 2005/06, 30 322, nr. 3, blz. 13. De ontheffingen worden beperkt tot uitzonderingsgevallen; het was ongewenst als er helemaal geen mogelijkheid meer zou zijn voor bepaalde gegevensverstrekkingen aan belastingplichtigen zelf en voor gegevensverstrekkingen in incidentele of onvoorziene gevallen (NAV, Kamerstukken II 2005/06, 30 322, nr. 7, blz. 27).
Feteris 2007, blz. 295 en G. Overkleeft-Verburg in haar annotatie bij ABRvS 14 april 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BM1041, JB 2010/137.
Aangeven tijdens een informeel overleg op het Ministerie van Financiën op 16 oktober 2017. In deze aantallen zijn niet inbegrepen de verleende ontheffingen met betrekking tot interne integriteitsonderzoeken naar Belastingdienstmedewerkers. Vergelijk: “Opgemerkt wordt dat de Minister terughoudend met dergelijke verzoeken omgaat” (Instructie informatieverstrekking (2020), blz. 10).
MvT, Kamerstukken II 2005/06, 30 322, nr. 3, blz. 19-21 en NAV, Kamerstukken II 2005/06, 30 322, nr. 7, blz. 27. Vergelijk: “Het ontheffingenstelsel zoals dat is geregeld in het nieuwe derde lid van artikel 67 AWR is beperkter van opzet en blijft nog voor drie situaties gehandhaafd” (besluit Staatssecretaris van Financiën van 13 december 2007 (wijziging Uitv. Reg. AWR 1994 in verband met de invoering van art. 43c Uitv. Reg. AWR 1994), Stcrt. 2007, 248).
Art. 67, derde lid, AWR geeft de Minister van Financiën de mogelijkheid om een ontheffing te verlenen van de geheimhoudingsplicht.1 In de memorie van toelichting is opgemerkt dat, anders dan het VIV 1993, sprake is van een veel beperkter ontheffingenstelsel omdat in art. 67, tweede lid, AWR al duidelijk is vastgelegd in welke gevallen de fiscale geheimhoudingsplicht niet geldt.2 Feteris gaat ervan uit dat van het nieuwe derde lid, terughoudend gebruik zal worden gemaakt. Overkleeft-Verburg is echter van mening dat de algemene – dus ongeclausuleerde – ministeriële ontheffingsbevoegdheid wordt gecontinueerd.3 Van de mogelijkheid om een ontheffing te verlenen wordt in de praktijk overigens beperkt gebruik gemaakt. Het zou gaan om circa 20 tot 25 gevallen per jaar.4 De algemene consensus is dat er nog slechts een drietal ontheffingsgronden zijn.5 Deze zal ik hierna behandelen.
3.6.4.1 Gegevensverstrekking aan de belastingplichtige zelf3.6.4.2 Vooruitlopend op opname in art. 43c Uitv. Reg. AWR 19943.6.4.3 Incidentele of onvoorzienbare gevallen3.6.4.4 Een gewijzigde beslissingsbevoegdheid (vanaf 2008)