Parallelle procedures en misbruik van procesrecht onder de EEX-Verordening II
Einde inhoudsopgave
Parallelle procedures en misbruik van procesrecht onder de EEX-Verordening II (BPP nr. XVI) 2015/105:105 Art. 31 lid 2 EEX-Vo II en verhouding tussen gekozen en niet gekozen rechter
Parallelle procedures en misbruik van procesrecht onder de EEX-Verordening II (BPP nr. XVI) 2015/105
105 Art. 31 lid 2 EEX-Vo II en verhouding tussen gekozen en niet gekozen rechter
Documentgegevens:
mr. J.F. Vlek, datum 30-10-2014
- Datum
30-10-2014
- Auteur
mr. J.F. Vlek
- JCDI
JCDI:ADS506453:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Europees burgerlijk procesrecht
Internationaal privaatrecht / Internationaal bevoegdheidsrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De tekst van de bepaling is in de loop van de onderhandelingen gelukkig aangepast. Thans bepaalt art. 31 lid 2 EEX-Vo II:
‘Wanneer een zaak aanhangig wordt gemaakt bij een gerecht van een lidstaat dat op grond van een in artikel 25 bedoelde overeenkomst bij uitsluiting bevoegd is, houdt elk gerecht van de andere lidstaten, onverminderd artikel 26, de uitspraak aan totdat het krachtens de overeenkomst aangezochte gerecht verklaart geen bevoegdheid aan de overeenkomst te ontlenen.’
De bepaling van art. 31 lid 2 EEX-Vo II is te prefereren boven het eerdere voorstel van de Europese Commissie. In art. 31 lid 1 EEX-Vo II is immers niet meer beslissend het bestaan van een forumkeuze maar de aanhangigheid van een zaak bij de (beweerdelijk) gekozen rechter. Daarmee wordt duidelijk, waar dat in het Commissievoorstel onduidelijk was, dat slechts in situaties van litispendentie voorrang dient te worden gegeven aan de gekozen rechter. De regel dat voorrang moet worden gegeven aan de gekozen rechter gaat alleen op indien daadwerkelijk een zaak aanhangig wordt gemaakt bij de gekozen rechter. De nieuwe regel is derhalve beter dan het Commissievoorstel toegesneden op de problematiek die het tracht te bestrijden.